Door: Ismay Gijsen
Naar schatting heeft een op de tien vrouwen last van vaginisme of dyspareunie. Voor hen is penetratieseks, en soms zelfs het inbrengen van een tampon, pijnlijk of simpelweg niet mogelijk. Anna liep er jarenlang mee rond, tot ze besloot hulp te zoeken.
Anna (23): 'De eerste keer dat ik een tampon probeerde in te brengen, herinner ik me als de dag van gisteren. Ik was dertien en net ongesteld geworden. Zodra ik de tampon ook maar een ieniemienie stukje inbracht, schoot ik al tegen het plafond van de pijn. Het zal er misschien bijhoren, dacht ik nog. Mijn moeder had me ook gewaarschuwd dat het in het begin gevoelig kon zijn.
De zorgen kwamen pas toen het de twintigste poging en zelfs jaren daarna nog steeds niet lukte. Het ging er gewoon niet in. Soms zat ik in de badkamer met een tampon in mijn hand, en dacht ik: wat doe ik in vredesnaam verkeerd? Steeds vaker begon ik me druk te maken. Deze opening moest ik later ook gebruiken voor seks en misschien ooit om een kind te krijgen. Hoe dan?
Studentijd en daten
Een vinger inbrengen lukte wel, maar ook dat voelde niet prettig. Ik schoof het probleem voor me uit, tot het me inhaalde toen ik ging studeren en op kamers woonde. Alles draaide om seks en ik was de maagd van de groep. Vrienden maakten daar regelmatig grappen over. 'Wanneer word jij nou eens ontmaagd?' zeiden ze dan. Ik lachte mee, zei dat ik wachtte op een vaste relatie, maar ondertussen voelde ik de druk steeds hoger oplopen.
Lees ook: Chantal is haar hele leven single: 'Je bent niet incompleet zonder relatie'
Ondertussen datete ik wel en belandde ik soms met mannen in bed. Ik herinner me nog dat iemand me probeerde te vingeren en dat ik hoopte dat het snel zou stoppen. Het deed keer op keer pijn. Van seks kwam het nooit, daarvoor had ik altijd een smoesje klaar. De ene keer was ik ongesteld, de andere keer blufte ik dat mijn standaarden hoog lagen en ik niet zomaar seks had. De waarheid was dat ik doodsbang was voor de pijn. Erover praten deed ik niet. Met niemand. Ik was bang dat mensen zouden denken dat ik me aanstelde, of dat het 'tussen mijn oren' zat.
Hulp van seksuoloog
In mijn hoofd werd het probleem alleen maar groter. Googelen durfde ik niet. Stel dat ik zou lezen dat ik voor altijd pijn zou houden en nooit seks kon hebben? Op mijn negentiende vertelde ik het voor het eerst aan een vriendin. Na een mislukte poging om een spiraaltje te laten plaatsen bij de gynaecoloog brak ik. Die eendenbek voelde alsof er een mes in me werd gestoken.
Tot mijn verbazing herkende mijn vriendin zich in mijn verhaal. Zij had dezelfde klachten en was al bij een seksuoloog geweest. ‘Misschien moet jij dat ook proberen,’ zei ze. Een paar maanden later vertelde ik het ook aan mijn broer en ouders. Zij moedigden me aan om hulp te zoeken, en dat deed ik. Bij de seksuoloog hoorde ik voor het eerst wat vaginisme precies is: een vicieuze cirkel van pijn en spanning. Door pijn ga je onbewust aanspannen, waardoor penetratie nog pijnlijker wordt, en je lichaam dat vervolgens opslaat als iets om te vermijden. Voor het eerst in jaren voelde ik mezelf begrepen.
Na een paar gesprekken werd ik doorgestuurd naar een bekkenfysiotherapeut. Ik wilde niet alleen maar praten, maar ook kijken of ik het kon oplossen. Met ademhalingsoefeningen en inwendig onderzoek leerde ik mijn lichaam stap voor stap te ontspannen. In het begin voelde dat ongemakkelijk en kwetsbaar, maar ook als een opluchting: er was dus wél iets aan te doen. Daarna ging ik zelf verder met dilators, dat zijn verschillende formaten dildo’s die worden ingezet als medisch hulpmiddel om verwijding te induceren. De eerste keer dat een grotere maat wél lukte, voelde als een enorme opluchting. Er viel echt een last van mijn schouders. Oké, misschien ik ook ooit seks hebben, dacht ik.
Open zijn
Langzaam begon ik mijn lichaam weer een beetje te vertrouwen. Inmiddels had ik ook mijn vriendinnen en huisgenoten ingelicht. Iedereen reageerde begripvol, maar het viel me op hoe weinig mensen van vaginisme weten, ook vrouwen. Open zijn over wat er speelde bleek een belangrijk onderdeel van mijn herstel, omdat het een groot deel van de spanning wegnam.
Lees ook: Noor waarschuwt voor ayahuasca: 'Ik werd aangevallen door enge wezens met tentakels'
Een half jaar geleden had ik voor het eerst seks. Ik heb bewust gewacht tot ik me echt veilig voelde bij iemand. Die eerste keer was spannend. Ik was bang dat de pijn terug zou komen, maar doordat ik eerlijk vertelde over mijn problemen met vaginisme en we rustig de tijd namen, ging het goed. Voor het eerst voelde het niet als iets waar ik doorheen moest, maar als iets wat ook fijn kon zijn.
Ik heb nu een vaste sekspartner. We communiceren heel goed met elkaar, en dat helpt enorm in onze seksuele relatie. Ik zou zeggen dat ik voor negentig procent hersteld ben van mijn vaginisme. Het is niet zo dat ik nooit bang ben voor pijn, maar het beheerst mijn leven niet meer. Als ik terugkijk, had ik vooral gewild dat iemand me eerder had verteld dat ik niet de enige was. Aan vrouwen die dit herkennen wil ik zeggen: je bent niet raar. Zoek hulp en praat erover. Je hoeft er niet alleen doorheen.'
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))