Door: Roos Kiefte
Het gebeurt vaak: je slaapt bij vrienden, in een hotel of op een onbekende plek, en hoewel je moe bent, lig je te woelen en draaien. De uren lijken voorbij te kruipen en je krijgt je ogen maar niet dicht. Waarom is dat toch?
Uit onderzoek blijkt dat ons brein tijdens de eerste nacht in een nieuwe omgeving anders werkt dan normaal. Dat kan verklaren waarom je vaak moeilijk in slaap valt als je weg bent van huis. Dit verschijnsel staat in de wetenschap bekend als het first-night effect en wordt al decennialang onderzocht.
Rusteloos in een vreemd bed
De kwaliteit van onze slaap op een eerste nacht in een andere omgeving wijkt duidelijk af van wat we normaal ervaren. Mensen die in een nieuwe kamer of een slaaplaboratorium hun eerste nacht doorbrengen, slapen vaak minder diep, hebben moeite om de hele nacht door te slapen of om überhaupt in slaap te vallen.
Je brein blijft alert
Een van de belangrijkste verklaringen hiervoor werd gevonden tijdens hersenonderzoek. Wanneer je voor het eerst ergens slaapt, blijft één hersenhelft alerter dan de andere. In studies zagen ze dat de linkerhersenhelft actief bleef, terwijl de rechterhelft een normale nachtrust had. Deze 'waakstand' kan ervoor zorgen dat geluiden of veranderingen in de omgeving sneller worden opgemerkt, wat de slaap verstoort.
Lees ook: Tindertrauma: 'Mijn horrordate stond jaren later ineens voor mijn deur'
Een slimme overlevingstruc
Dat je linkerhersenhelft actief blijft, is een soort overlevingsmechanisme: wanneer je in een nieuwe of onbekende omgeving slaapt, kan je brein een deel van zijn waakzaamheid behouden om mogelijke gevaren sneller te detecteren. Hierdoor slaap je lichter en wordt het inslapen en doorslapen moeilijker. Het first-night effect verdwijnt meestal al na een nacht wennen: zodra je lichaam en brein de omgeving herkennen en het niet langer als 'onveilig' beschouwen, neemt de slaapkwaliteit toe.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))