Door: Anne van Aartrijk
Anne van Aartrijk krijgt van veel dingen de kriebels, maar het allermeest van naalden. Daar moet ze wat mee, vindt ze. Maar waarom eigenlijk?
'Ik ben Anne en ik ben bang voor naalden.' Dat is hoe ik me zou voorstellen bij een kom-van-je-fobie-af-cursus, iets waar ik weleens over fantaseer. We zouden net als bij AA-bijeenkomsten in films in een kring zitten en omstebeurt vertellen over dat wat ons het zweet doet uitbreken, licht in ons hoofd maakt en soms zelfs van ons stokje laat gaan. Bij mij dus: heel kleine, dunne staafjes met scherpe punt die – godzijdank vaak voor een korte periode – verdwijnen in je huid, met een onbehaaglijk gevoel tot gevolg. En voor iedereen die nu de neiging heeft om te zeggen 'dat dat toch helemaal geen pijn doet' of 'voorbij is voordat je het doorhebt': dat weet ik, dat schreef ik ook niet en eigenlijk maakt dat ook helemaal geen reet uit. Ik krijg er gewoon de kriebels van. Zacht uitgedrukt.
De ellende begon bij de negenjaarsprik. Die herinner ik me als twee vrouwen die van weerszijden tegelijkertijd in mijn bovenarmen prikten en er drieënhalf decennium over deden om van tien tot nul te tellen, wat volgens mij genoeg zegt. In de jaren daarna sliep ik steevast slecht voor een inenting en kon ik na afloop minimaal een kwartier niet bewegen. Een van die keren probeerde een dokter me te helpen door me zittend naar voren te laten buigen, haar hand op mijn achterhoofd te leggen en mij te vragen ertegenaan te duwen. 'Nu gaat het wel weer, hè?' zei ze, vlak voordat ze dit tafereel nog een keer moest uitvoeren, omdat het absoluut nog niet ging. Ik heb daarna maar gedaan alsof ik wel kon fietsen, maar drie keer raden wie de hele weg naar huis heeft gelopen.
Inmiddels heb ik het geaccepteerd en lach ik erom dat ik na een uitvoerig in beeld gebrachte morfine-injectie – dank Euphoria voor die badkuipscène in seizoen twee – de televisie uit moet zetten, uit bed moet stappen en mijn hoofd tussen mijn knieën moet doen. Zit ik dan. En toch blijft het altijd aan me knagen: moet ik die fobie niet overwinnen? Al jaren dwing ik mezelf toch naar dergelijk beeldmateriaal te kijken en het gevoel soms zelfs na te bootsen door gelijktijdig een nagel in mijn bovenarm te duwen (op deze zelfbedachte therapie na ben ik best normaal), maar moet ik niet meer doen?
Lees ook: Steeds minder seks: is onze telefoon de ultieme cockblocker?
Toekomstige voodoopop
Bij een rondje googelen kom ik van alles tegen wat me van mijn enkelvoudige fobie af kan helpen. Want dat is blijkbaar hoe je het noemt als je overdreven bang bent voor een specifiek ding, dier of situatie terwijl er in werkelijkheid weinig tot geen gevaar dreigt. Zo zijn er verschillende angstbehandelcentra in Nederland en kun je thuis online cursussen volgen. Er wordt me een gedragstherapie aangeraden waarmee je je emoties positief kunt hervormen evenals exposuretherapie die je blootstelt aan je angst, bijvoorbeeld via virtual reality (ja, echt). Ook EMDR-therapie komt in veel zoeksuggesties voorbij en je kunt zelfs onder hypnose gaan. Verder opperen veel websites een mindful do-it-yourself-aanpak. Schrijf je angst op een briefje en voer een vuurritueel uit, dat soort dingen. Werkt waarschijnlijk net zo goed als je depressie overwinnen door eens wat vaker een wandeling te maken, dus laten we het bij psychologische methodes houden.
Klop je met je fobie bij een psycholoog aan, dan hangt of je ermee aan de slag moet vooral af van hoe belemmerend die precies is. Dat wordt via een gestructureerd interview vastgesteld, vertelt auteur van Waarom we bang zijn en psycholoog Bram Vervliet. 'Daarin wordt naar drie dingen gekeken. Eén: ben jij veel banger dan de mensen om je heen? Twee: probeer je situaties waarin de angst naar voren komt te vermijden of kun je ze alleen doorkomen met moeite en stress? En drie: in welke mate beïnvloedt het je leven? Komt daaruit dat de angst te ontregelend is, dan wordt er een behandelplan opgesteld.' Dat plan is natuurlijk per patiënt verschillend, maar draait meestal eerst om inzicht krijgen. Inzicht in wat er gebeurt in je lichaam en geest als je met je angst geconfronteerd wordt. En het inzicht dat het vermijden van je angst die reactie alleen maar groter en aanweziger maakt. Vervolgens ligt de focus op het toch meemaken van die doodenge situaties, zodat je goede ervaringen opbouwt en de angst afneemt.
Angst is een goede raadgever
Of op die manier alles te overwinnen valt? Bij fobieën doorgaans wel, zegt Vervliet, al hangt het wel af van hoeveel psychische aandoeningen iemand naast elkaar heeft. Over het algemeen is de succesratio negentig procent. In sommige gevallen betekent dat dat de angst weg is, maar je wil wel blijven opletten dat je niet opnieuw gaat vermijden. In andere gevallen verdwijnt de angst wel helemaal. Vervliet: 'Er zijn spinfobici die na een behandeling gefascineerd raken en een spin als huisdier nemen.' Nu zie ik mezelf niet zo snel veranderen in een acupunctuurverslaafde of levende voodoopop, maar het geeft de burger wel moed.
Maar waarom eigenlijk? Waarom doet dat me goed? Als ik op die drie vragen teruggrijp: ja, ik ben banger voor naalden dan mijn omgeving. En ja, ik doe enigszins mijn best om situaties te vermijden. Ik haal het niet in mijn hoofd om bloeddonor te worden en haal alleen een prik als die strikt noodzakelijk is. Maar beïnvloedt het in grote mate mijn leven? Op die ene slechte nacht en dat duizelige kwartier eens per (paar) jaar na, nee. Zo noodzakelijk lijkt het me dus niet om mijn angst te overwinnen. Jan van den Berg, psycholoog en oprichter van angstbehandelcentrum IPZO, is het met me eens. ‘Ik denk dat het lang niet altijd hoeft, je angst overwinnen. Als je je leven inricht op een manier waardoor de angst het niet ontregelt, dan is het niet zo nodig. Ben je bang om voor groepen te spreken, maar ben je boswachter, dan loop je daar ook niet tegenaan. Kun je niet goed tegen nieuws over oorlogen en hou je jezelf in de luwte door minder journaal te kijken of kranten te lezen, dan is daar helemaal niets mis mee.’ Die behoefte kan zelfs stress opleveren, voegt Vervliet daaraan toe. ‘Angsten overwinnen geeft je vrijheid en kan je helpen bij het bereiken van je doelen, maar constant alles willen overwinnen kan je mentaal enorm belasten.’
Daarbij is het ervaren van angst niet enkel negatief, maar kan het ook een goede raadgever zijn. Sterker nog: het is een belangrijke emotie als je wil overleven. Hadden we geen angsten, dan zouden we regelrecht allerlei gevaren opzoeken en had het een stuk slechter met de mensheid kunnen aflopen.
En toch is die neiging om je fobie te boven te komen er. Bang blijven voelt als de makkelijke uitweg. Volgens Vervliet heeft dat te maken met het beeld dat je van jezelf hebt. Sommige mensen vinden hun comfortzone prima, anderen zien zichzelf als avontuurlijker en willen alles uit het leven halen. De laatste groep zoekt graag grenzen op, een bepaalde thrill. Die sensatie kun je voelen bij extreme sporten, bungeejumpen of horrorfilms, maar ook bij een andere angstreactie. Vervliet: ‘Zo’n angstreactie in je lichaam laat je voelen dat je leeft. Emoties kleuren ons leven.’ En dus vinden we het lekker om die op te zoeken en eventueel te verslaan.
Rot op met je ego
Idee: iets minder kleur in ons leven. Of – wacht, laat me even uitpraten – die kleur in een andere hoek zoeken. Verdriet is ook een emotie, dus dan maar The Notebook op repeat en de ogen uit je kop janken. Jezelf vaker trakteren op je lievelingsgerecht en vreugde voelen. Of een halfuur achter slenterende mensen gaan lopen en dankzij die opborrelende frustratie voelen dat je leeft. Laten we onszelf in elk geval niet wijsmaken dat het zwak is om niet al je angsten te overwinnen. Het zal ongetwijfeld wat doen met je ego, het feit dat jij de macht hebt teruggepakt over datgeen wat macht over jou had, maar dat ego mag ook heus weleens in de stront zakken. Het hoeft niet altijd maar groter, beter en sterker, het mag ook eens gewoon zijn wat het is. Ik vind het in elk geval wel gezegend, met die cursus voor mijn naaldenfobie. Dan maar af en toe slecht slapen en toegeven aan de verpleegkundige dat ik de ligstoel alvast wil reserveren. Dan maar Euphoria kijken met één oog dicht. En mocht ik die thrill nou echt gaan missen, dan kan ik altijd nog van een brug afspringen, vastgebonden met elastisch touw. Al komen we dan bij het volgende probleem: ik heb ook nog hoogtevrees.
Anne van Aartrijk (22) is redacteur bij &C en woont in Utrecht op tweehoog, dat kan ze nog net aan. Verkondigt graag dat naaien haar hobby is, maar is als de dood voor haar eigen speldenkussen.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))