Door: Bettina Holwerda
Lelystad is waar ik ben opgegroeid. Als ik dat vertel, wekt dat altijd een reactie op. Lelystad doet iets met mensen en niet altijd iets goeds, kan ik je vertellen. Dat zijn dan mensen die de stad niet kennen, die van horen zeggen hebben dat Lelystad niet leuk is. Die zeggen:'Zelfs in Almere zeggen ze dat Lelystad nog erger is, nou, dan weet je het wel.'
En ik ben echt niet, zoals bijna iedereen, heel lichtgeraakt als het gaat om mijn vroegere woonplaats. Maar toch wil ik het graag opnemen voor Lelystad. Ik weet heus wel dat het niet bepaald pittoresk is te noemen. Winkelcentrum de Gordiaan, ooit sfeervol in zijn jaren 70-stijl, is ondertussen deels platgegooid en volgebouwd met nieuwe, strakke en totaal niet bij elkaar passende gebouwen. En nee, sommige woonwijken hebben niet de mooiste architectuur. Of de stad is ook niet de bakermat van cultuur of gastronomie.
Maar potverdorie, wat was m’n jeugd daar goed. Ons huis aan het uit de grond getrokken bos, waarin we urenlang speelden en hutten bouwden. Het aangelegde kanaal waarin we zwommen, van bruggen sprongen en zo nu en dan op gejatte fietsen of verrotte konijnenhokken stuitten. Ja, het was jammer dat er ook soms een buurtkat in verdronk en we die langs zagen drijven, maar dat namen we op de koop toe. Lelystad was onze droom, ons beloofde land. Het was ooit gebouwd voor pioniers, op drooggelegd land. Pioniers uit Friesland en Groningen, zoals de ouders van mijn ouders, op zoek naar werk in het westen. Of uit de Randstad op zoek naar rust en ruimte. Dat zorgde voor een nieuw, hoopvol en misschien wat bijeengeraapt gevoel in de stad, maar ook iets dat nergens anders nog was. En dat voelde je aan alles en iedereen.
Toen we ouder werden, zag ik de charme van onze stad overigens iets minder, want voor tieners was er geen reet te beleven. We waren gedwongen onze weekenden door te brengen in de enige twee kroegen die Lelystad had. Maar daarin vonden we elkaar. Wij die tot elkaar veroordeeld waren, maakten van de Tanja en de Boog gewoon het centrum van het universum en dansten op DJ Jean alsof we dansten in de grootste club van Ibiza. Ik had het er zo naar m’n zin dat ik er zelfs nooit had weg gehoeven.
Lelystad was mijn wereld en dat was helemaal prima. Maar ja, dan komt het leven voorbij en door opleidingen, liefdes en een carrière in andere steden, is dat anders gelopen en kom ik er nu alleen nog voor mijn familie. Als ik er dan binnen kom rijden vanaf die kale A6, langs dat tankstation waar we vroeger sigaretten kochten en langs die plek waar ooit mijn middelbare school stond, kom ik toch een beetje thuis. Dus geen kwaad woord over Lelystad, oké?! Hè, ben ik toch lichtgeraakt geworden als het om m’n vroegere woonplaats gaat...
Dit en meer lees je in de spiksplinternieuwe &C
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))