Door: Chantal Janzen
Hoe vaak ik niet met een bloeding van hier tot Tokio in een spagaat heb gestaan. Op het podium, spitzen aan en gáán. Soms met twee tampons in, omdat we gewoon dóór moesten. Het publiek zit er, de kaartjes zijn gekocht. Je zegt niet: 'Sorry, vandaag even niet.' Dat was gewoon hoe het ging, vroeger. Tegenwoordig wordt er vaker gezegd: 'Luister naar je lichaam. Train volgens je cyclus.' En hoe hard ik ook werk en geen zeikerd ben, ik vind die houding oprecht heel goed. Alleen: ik merk wel echt dat ik van een andere generatie ben. Want ook nu nog denk ik altijd: pijn? Ach ja, we gaan gewoon.
Inmiddels heb ik wél geleerd dat het in mijn privéleven op míjn manier moet. Niet 's avonds, maar 's ochtends sporten. Het liefst samen met mijn vriendin Tina, want als ik alleen ben, ga ik lapzwansen, en praten. Dan wordt het een sociale bijeenkomst en heb ik uiteindelijk drie squats gedaan en verder ieders problemen aangehoord en liefst opgelost. Nee, dan trainen met Tina, een echte beuker. Die kijkt me gewoon aan en zegt: 'Nog één apparaat.' Dat heb ik nodig. Tot op zekere hoogte. Ik heb ooit een personal trainer gehad die alleen maar zat te pushen. Dan kom ik niet meer. Ik zit ertussenin. Gewoon, normaal, medium. HIIT? Dat hele springen, alles eruit persen, daar word ik bloedchagrijnig van. Maar yoga is ook niks voor mij. Geef mij maar krachttraining. Binnen. Hardlopen doet snel pijn aan mijn knieën. En buiten sporten vind ik sowieso niets. Ik wil niet bekeken worden.
En daarnaast wandel ik me de pleuris. Klinkt simpel, maar ik geloof er echt in. Kijk naar Soundos, die is gewoon 35 kilo afgevallen met wandelen. Dat vind ik dus heel goed. Niet dat extreme, maar iets wat je volhoudt. Iets wat past in jouw leven. En misschien is dat wel de kern: iets doen wat je blijft doen. Twee of drie keer per week sporten, werkt voor mij. Niet extreem. Gewoon steady. En daardoor voel ik me dus fitter en sterker dan ooit. Dat merk ik in hoe ik opsta, hoe ik de trap op ga. Terwijl ik dus minder beweeg dan toen ik nog zes dagen per week danste.
Dat mis ik overigens echt niet. Ik ga alleen voor de lol een beetje dansen in de keuken met Bobby. Verder geen amateurballetles, nee. Als ik het doe, moet het op een bepaald niveau zijn. Misschien ben ik daarin streng. En misschien is dat wel de rode draad. Niet halfbakken. Niet omdat iemand anders zegt dat het goed voor je is. Maar omdat het bij jou past. Uiteindelijk is dat het enige wat telt. Niet hoe hip je sport, maar dat je het blijft doen, dat je IETS blijft doen. Met tegenzin en met een partner. Zoek je eigen wandelwijffie Soundos, vind je medebeuker Tina. En GA.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))