Door: Marije Knevel
'Potjandosie, ik word echt oud,' hoor ik mezelf een tikkie zuchtend zeggen.
Het klinkt als een klacht. En ik zeg het steeds vaker. Ik merk het dan ook aan alles. Mijn knieën kraken als ik de trap op loop, na 22.00 uur vallen mijn ogen dicht en bij mijn slapen rukken de grijze haren op in een tempo waar geen pincet meer tegenop kan. Laatst trok ik er eentje uit en ontdekte vervolgens drie nieuwe. Karma.
Ook in de spiegel is de tand des tijds inmiddels vrij overtuigend aan het werk. Mijn voorhoofd lijkt op een mopshond. En omdat mijn standaard gezichtsuitdrukking standje verontwaardiging is, staan er permanent twee diepe verticale strepen tussen mijn wenkbrauwen. Ik grap altijd dat mijn tieten inmiddels ergens rond mijn knieën hangen. En van FOMO heb ik al helemaal geen last meer. Laat mij op vrijdagavond maar saai onder een dekentje op de bank liggen. Volgend jaar word ik veertig.
Ik word oud.
We zeggen dat zinnetje opvallend vaak alsof het slecht nieuws is. 'Kneiters, ik word oud,' als je de communicatievormen van jongeren via Snap niet meer begrijpt. 'Ik word echt oud,' als je liever naar huis gaat dan nog één laatste drankje doet. Alsof je de aansluiting met het leven langzaam aan het verliezen bent.
En ook de complete beauty-industrie lijkt ouder worden vooral te beschouwen als iets waartegen we ten strijde moeten trekken. Op mijn potjes staat 'anti-aging'. Crèmes beloven rimpels te verminderen, serums moeten tekenen van huidveroudering tegengaan. Dat vind ik an sich best prima. Maar waarom noemen we het eigenlijk geen pro-aging?
Toegegeven, ik zou best de oogleden van mijn 25-jarige zelf terug willen. En als we dan toch bezig zijn, mogen mijn tetten ook wel weer terug naar de plek waar God ze oorspronkelijk bedoeld had. Maar ik zou voor geen goud meer 25 willen zijn. Wat wist ik weinig en wat was ik gierend onzeker. Ik dacht dat iedereen naar mij keek, terwijl iedereen vooral met zichzelf bezig was.
Tegen mijn jonge twintiger collega's zeg ik daarom regelmatig dat ouder worden echt een feest is. Dat geloofde ik zelf overigens totaal niet toen ik hun leeftijd had. Mensen van 35 waren in mijn ogen stokoude taarten. Ik vond ouder worden eerlijk gezegd een beetje eng.
Nu weet ik dat er met ieder jaar dat erbij komt ook steeds een beetje onzin afvalt.
Ik weet beter wie ik ben en vooral wie ik níét ben. Ik ben minder onder de indruk van belangrijkdoenerij, functietitels en mensen die goed zijn in de bullshitbingo. Ik weet dat sommige vriendschappen eindigen zonder dat iemand iets verkeerd heeft gedaan, dat je niet overal bij hoeft te zijn, dat je grenzen aangeven je niet onaardig maakt en dat bijna niemand daadwerkelijk weet wat 'ie aan het doen is. Ik in ieder geval niet.
En ik weet inmiddels dat tijd veel waardevoller is dan geld. Geld kun je terugverdienen. Tijd niet. Van die laatste valuta krijg je ieder jaar aantoonbaar iets minder en misschien is dat precies waarom je er naarmate je ouder wordt steeds zuiniger op wordt. Ik wil mijn tijd niet meer besteden aan mensen die een gigantisch energielek zijn, werk waar ik ongelukkig van word of feestjes waar het vooral draait om zien en gezien worden.
Dat is wel het wonderlijke aan ouder worden. Aan de buitenkant proberen we het met serums, haarverf en botox uit alle macht tegen te houden, terwijl ik aan de binnenkant helemaal niet terug zou willen. Natuurlijk vind ik niet iedere nieuwe rimpel een cadeautje. En ik sta ook niet juichend voor de spiegel wanneer ik weer een grijze haar ontdek. Zo verlicht ben ik nou ook weer niet.
Maar bij ouder worden hoort ook het besef dat tijd niet oneindig is. Naarmate ik ouder word hoor je steeds meer verdrietige verhalen van mensen van jouw leeftijd en jonger die tijd niet gegeven is. Ik moet stoppen met 'Potjandosie, ik word oud' te zeggen alsof mij iets vreselijks overkomt.
Dus mijn tieten mogen verder richting mijn knieën zakken. Nou ja, rustig aan dan hè.
Potjandosie, ik word oud.
Wat een geluk.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))