Door: Roos Kiefte
Je baby sliep eindelijk door, maar ineens is het ’s nachts weer feest (en niet op de leuke manier). Wanneer je ernaar googelt, is de kans groot dat je overal de term 'slaapregressie' leest. Maar hoe weet je of dit bij jouw kindje aan de hand is en hoe zorg je dat jullie snel weer aan rust toekomen?
Slaapregressie is een tijdelijke periode waarin je baby slecht slaapt: de kleine wordt vaker wakker, komt moeilijker in slaap en is onrustig. Dit kan dagen tot weken duren. Meestal komt het door de ontwikkeling van de hersenen: je baby is constant bezig met nieuwe vaardigheden leren, zoals rollen, kruipen en lopen. Maar ook mentale obstakels, zoals bang om alleen te zijn, kunnen een grote rol spelen in het slaapritme.
Dit zijn de belangrijkste hints
Nu je weet wat het inhoudt, vraag je je misschien af of jouw baby hiermee te maken heeft. Een aantal signalen die wijzen op slaapregressie: vaker 's nachts wakker worden, moeite met inslapen, kortere of juist langere dutjes, veel huilen of vroeg in de ochtend wakker zijn. Toch is het niet altijd eenvoudig om te bepalen of het echt om slaapregressie gaat. Kijk daarom ook naar de leeftijd van je baby: slaapproblemen doen zich vaak voor rond vaste ontwikkelmomenten. Rond vier maanden verandert de slaapstructuur naar een meer volwassen patroon, wat onrust kan geven. Daarna volgt meestal een rustigere periode, tot ongeveer acht tot tien maanden, wanneer fysieke onrust en verlatingsangst kunnen opspelen. Rond achttien maanden kan slaapregressie opnieuw optreden door toenemende wilskracht en het begin van de peuterpuberteit. En rond vierentwintig maanden zorgen groeiende fantasie, angsten en zelfstandigheid er soms voor dat slapen minder prioriteit krijgt.
Lees ook: Vliegt de winkels uit: Kenko Baby's komt met een betaalbare lijn (en die wil je zien)
Hoe kun je helpen?
Troosten mag altijd. Je hoeft je baby echt niet te laten huilen, maar het draait wel om balans. Soms kan het juist helpen om je baby even de ruimte te geven om zelf in slaap te vallen, zeggen experts. Rond de twaalf maanden, wanneer je kind bijvoorbeeld begint met rollen, staan of onrustig door het bedje beweegt, is dat helemaal niet gek. Laat het gerust even gebeuren: vaak zijn ze moe genoeg om uiteindelijk vanzelf in slaap te vallen.
Kinderslaapcoach Nathalie Schittekatte vertelt aan Ouders Van Nu dat er meer manieren zijn om je baby te ondersteunen. Zo is een vast slaapritueel essentieel: het geeft houvast en helpt je baby herkennen dat het tijd is om te slapen. Tegelijkertijd blijft nabijheid belangrijk. Door troost te bieden en in de buurt te blijven, voelt je baby zich veilig, en dat verkleint de kans op huilen. Ook de omgeving speelt een grote rol. Een donkere kamer helpt, omdat baby’s tijdens een slaapregressie vaak lichter slapen en gevoeliger zijn voor prikkels zoals licht. Tot slot: zorg ook voor jezelf. Ben je uitgeput, dan is het lastig om rust uit te stralen. Door de zorg af te wisselen met je partner of hulp in te schakelen, blijf je beter in balans en daar profiteert je baby van mee.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))