Door: Ismay Gijsen
Het krijgen van een kind is toch het allermooiste wat er is? In veel gevallen wel, maar het kan ook gepaard gaan met stress, wanhoop en verdriet. Eline de Mol, moeder van twee, kreeg te maken met zowel een prenatale als postnatale depressie.
Eline (32): 'Vier jaar geleden raakte ik compleet onverwacht zwanger. Mijn vriend en ik wisten dat we ooit kinderen wilden, maar we hadden gepland om daar nog een paar jaar mee te wachten. Moeder worden kwam me op dat moment totaal nog niet uit: ik studeerde naast mijn werk en was net weer ingetrokken bij mijn ouders. Toch besloten we om het kindje te houden. Natuurlijk was er blijdschap, maar ik zag ook hoe moeilijk mijn vriend het ermee had. Hij dacht altijd dat hij als laatste uit zijn vriendengroep vader zou worden, en ineens was hij de eerste.
Ik zag hoeveel stress hij had en probeerde er voor hem te zijn, maar tegelijkertijd had ik ook ontzettend veel last van stress. Dat kwam mede doordat ik tijdelijk weer thuis woonde, waar ook van alles speelde. Mijn eigen gevoelens schoof ik daardoor naar de achtergrond — ik maakte er simpelweg geen ruimte voor. Ik hield mezelf voor dat ik me gewoon op het moederschap moest richten: niet zeuren, gewoon doorgaan en hopen dat het vanzelf goed zou komen.'
Extra kilo's
'De zwangerschap van Ties was zwaar, vooral doordat ik veel aankwam. Zonder duidelijke aanleiding kwamen er in korte tijd 45 kilo's bij. Mijn zorgen werden niet serieus genomen. Mensen zeiden dat ik niet zoveel moest eten, en in het ziekenhuis dachten ze dat ik me compleet had laten gaan. Was het maar zo, dacht ik vaak. Dan had ik er tenminste van genoten. Pas na zeven maanden werd duidelijk dat mijn schildklier ontregeld was — daardoor raakte mijn hormoonhuishouding uit balans en kwam ik snel aan. In de tussentijd was ik in een sociaal isolement beland. Sporten lukte niet meer en ik wilde geen mensen tegenkomen. Bekenden hadden hun oordeel klaar, mensen die ik niet kende, zagen een andere Eline. Als ik erop terugkijk, denk ik dat de depressie daar al begon.
De bevalling van Ties verliep gelukkig soepel, maar het moederschap viel me zwaar. De gebroken nachten, altijd een draagzak met een baby om mijn schouders… Ik vroeg me af hoe andere moeders het voor elkaar kregen om te douchen of zich op te maken. Ik wist niet eens meer wanneer ik moest poepen. Erover praten deed ik niet. En als ik het al voorzichtig benoemde, kreeg ik vaak te horen dat ik blij moest zijn dat ik überhaupt moeder kon worden. Pas toen Ties naar de opvang ging, begon ik mezelf weer een beetje terug te vinden. Nog steeds ongelukkig in mijn lijf, maar wel iets stabieler.'
Weer in verwachting
'Na acht maanden begonnen mijn vriend en ik voorzichtig na te denken over een tweede kindje. Een leeftijdsverschil van anderhalf jaar leek ons ideaal. Bij de eerste poging was het meteen raak. Sneller dan verwacht, maar meer dan welkom. Toch viel ook deze zwangerschap me zwaar. Die roze wolk? Die heb ik nooit gezien. Ik kampte nog steeds met overgewicht, had weinig energie en stond onder hoge druk op werk. Langzaam gleed ik steeds dieper weg in een depressie. Op een gegeven moment trok ik bij mijn vriendinnen aan de bel, maar niemand — ikzelf ook niet — wist wat te doen.
Alsof dat nog niet genoeg was, kreeg ik ook te maken met een traumatische bevalling. Kaat kwam te vroeg ter wereld omdat mijn placenta losliet. De verloskundige was op dat moment bij ons thuis en heeft me met gierende banden naar het ziekenhuis gebracht. Kaat werd via een keizersnede geboren. Zelf kreeg ik er nauwelijks iets van mee; ik was half buiten westen. Ze hielden haar heel even voor mijn gezicht en namen haar toen meteen mee vanwege complicaties. Het kon niet anders, maar dat moment — je kind dat meteen bij je wordt weggehaald — doet iets met je. Pas in de uitrustkamer hoorde ik dat ze vocht voor haar leven. Het was hartverscheurend dat ik er niet voor haar kon zijn, haar niet kon vasthouden of troosten. Ik voelde me enorm alleen. Mijn vriend stond ook met zijn rug tegen de muur, terwijl de artsen met Kaat bezig waren. Hij moest daar bovenop ook nog eens zorgen voor Ties.
Met 35 weken mocht Kaat eindelijk mee naar huis. Daar merkte ik dat de band met haar anders voelde dan met Ties. Het leek alsof ik een hechtingsprobleem had — iets waar ik tijdens mijn studie psychologie wel eens over gelezen had. Waar ik bij Ties meteen bezorgd naast zijn bedje stond als hij moest huilen, dacht ik bij haar vooral: wil je alsjeblieft ophouden? Borstvoeding geven lukte ook niet. In eerste instantie ging het goed, maar door mijn mentale toestand kon ik het niet meer combineren. Mijn voelsprieten stonden uit. Iedere keer dat ik mijn vingers in mijn oren wilde stoppen, voelde ik me verscheurd door schuld en verdriet. Dan pakte ik haar op, legde haar uren op mijn borst in de hoop mezelf aan haar te kunnen hechten. Ik durfde er met niemand echt over te praten. Ik durfde het niet eens op te schrijven. Dan dacht ik: wat als ik morgen een ongeluk krijg en mijn kinderen lezen dit later?'
Postnatale depressie
'Alles werd te veel, elke dag was ik overprikkeld en gestresst, waardoor ik de hele dag oorpijn had. De simpelste dingen lukten niet of gingen niet vanzelf. Ik ging vroeg naar bed, werd geleefd en voelde mezelf ongelukkig. Uiteindelijk wist ik: zo kon het niet langer. Ik ging eraan onderdoor. Ik voelde me tekortschieten als moeder, als werknemer en ook als partner. Het grootste deel van de zorg lag op de schouders van mijn vriend. Toen ik hulp zocht, kreeg ik de diagnose burn-out en depressie. Dat werd mijn keerpunt. Ik móést beter worden — voor hem, voor mezelf, en voor de kinderen.
Ik zocht ander werk, begon rustig met sporten en lette op mijn voeding. Niet alleen om af te vallen, maar ook om weer energie te krijgen. In vier maanden viel ik dertig kilo af. Het waren uiteindelijk mijn kinderen die me de kracht gaven om door te gaan. Zonder hen weet ik niet of ik eruit was gekomen. Het was lang donker, maar langzaam werd het weer licht. Ik voelde me rustiger, zachter, en veel minder overprikkeld als de kinderen huilden.
Het gaat nu goed met me, maar ik ben er nog niet. Een quick fix voor een postnatale depressie? Die bestaat niet. Het is een proces van vallen en opstaan — van eerlijk zijn, pijn erkennen, ruimte maken voor herstel en weer in beweging komen. Letterlijk en figuurlijk. De angst om terug te vallen blijft. Ik heb me lange tijd gevangen gevoeld in het moederschap. Dat durfde ik nooit hardop uit te spreken, maar het is wél zo. Alles wat je voelt tijdens een postnatale depressie is zo tegenstrijdig: je houdt intens veel van je kinderen, maar je kunt het tegelijkertijd nauwelijks aan. Die gevoelens gaan lastig samen.
Moeder zijn vind ik nog steeds moeilijk. Zeker omdat Kaat sterk naar mijn vriend trekt en mij soms compleet afwijst, alsof ze niks van me wil weten. Dat doet pijn. Het schuldgevoel dat ik er niet altijd voor ze was op de manier die ik had gewild, zit diep. Maar het lukt me steeds beter om mezelf te zien als een goede moeder. Een leuke moeder. Een moeder die het soms even te veel wordt. En ook dat is oké.'
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))