Door: Floor Bakhuys Roozeboom
Vroeger was het: Barbie onder de arm, pyjama mee, veel plezier en vooral weinig slapen. Maar zo onschuldig lijkt een simpel logeerpartijtje niet meer.
Bij de een speelden we stiekem in bed nog met de barbies. Bij de ander moest het licht altijd meteen uit en fluisterden we in het donker tot we wartaal uitsloegen van de slaap. Bij weer een ander loonde het om na ongeveer een kwartier op kousenvoeten naar beneden te gaan om te zeggen dat je niet kon slapen, omdat je dan nog even Liefde op het eerste gezicht mee mocht kijken, tussen de grote mensen op de bank. Mikken op een zaterdag was bonus, want dan was er kans dat je de volgende ochtend in pyjama Telekids kon kijken, in plaats van het verantwoorde Villa Achterwerk dat bij ons thuis op het zondagochtendprogramma stond. Eén vriendin had een moeder die speciaal voor de zondagochtend altijd trommeltjes met snoep klaarzette (inclusief mini-Marsjes!), ook voor de logees. Allemachtig, dat was nog eens winnen.
No sleepover movement
Logeerpartijen bij vriendjes en vriendinnetjes maken een onlosmakelijk onderdeel uit van de filmmontage met herinneringen aan mijn jeugd. Mijn zus en ik logeerden veel en vaak, bij onze beste vriendjes en vriendinnetjes en tijdens de vakanties soms meerdere nachten achter elkaar. De herinneringen die ik daaraan heb, zijn uitsluitend positief. Het had iets vertrouwds en tegelijkertijd opwindends om even mee te draaien in een ander gezin, even op te gaan in een ander ecosysteem en te merken dat er nog een heel universum buiten het jouwe bestond, waar sommige dingen precies hetzelfde gingen als bij jou thuis (tandenpoetsen voor het slapengaan) en andere dingen ook helemaal niet (OMG, deze aliens eten honing in plaats van stroop op de pannenkoeken!).
Dus toen mijn zoon (8) op een dag thuiskwam van school met de mededeling dat hij graag bij een vriendje van school wilde logeren (de eerste keer buiten de eigen familie), was mijn eerste reactie dan ook enthousiasme. Top. Leuk. Gezellig. Moet je doen. Maar nog voor we met de andere ouders een datum konden prikken voor het hele festijn, kwam ik tijdens een scrolsessie op Instagram een post van een Amerikaanse kinderpsycholoog tegen, met als kop 'Why I say no to sleepovers, and you should too'. In de video lichtte de betreffende man zijn statement toe. In het kort: te veel risico op seksueel misbruik (en groepsdruk en pestgedrag). Te weinig controle en toezicht voor de eigen ouders. Te weinig mogelijkheden voor een kind om weg te gaan. Kortom: a big fat no-no, aldus deze psycholoog.
En, zoals dat gaat met filmpjes die je uit pure fascinatie helemaal tot het einde afkijkt: voordat ik het wist, vulde de ene na de andere 'Why we don’t do sleepovers (and what you can do instead)' - en 'We are a no sleepover family'-post mijn scherm. Mijn algoritme had mij naar het online epicentrum van de no sleepover movement getransporteerd, dat bleek te bestaan uit statements, blogs en discussies over de gevaren en bezwaren rondom logeren. Soms uitgelegd door ouders, soms door kindgerelateerde professionals. Als groot nostalgisch logeerfan was ik zowel geschokt als gefascineerd. Was dit een typisch voorbeeld van de hysterische en hypervigilante Amerikaanse opvoedcultuur? Of was dit breder?
Nee tegen de logee
Na de nodige research kwam ik erachter dat het vooralsnog vooral een Amerikaans fenomeen is, al verschilt de affiniteit met logeerpartijtjes als jeugdtraditie sowieso van land tot land en van cultuur tot cultuur. Ook kwam ik erachter dat de discussie niet alleen op sociale media wordt gevoerd, maar in de Verenigde Staten ook tot de serieuze nieuwsmedia is doorgedrongen. Van The New York Times tot The Washington Post, van ABC News tot The Atlantic: in uitgebreide analyses, voor- en tegenstukken wordt geduid wat de oplaaiende discussie over sleepovers zegt over de traditie van logeren zelf, de veranderende opvoedcultuur en de tijd waarin we leven.En dat is precies waar ik op aansla, want hoewel ik in Nederland vooralsnog geen ‘zeg nee tegen de logee’-posts ben tegengekomen, raakt wat ik in de analyses lees wel degelijk aan een bredere ontwikkeling die ik als journalist (en ouder) al langer waarneem en die ook in Nederland leeft.
Lees ook: Huh, kun je stress tijdens de zwangerschap terugzien in het gebit van je kind?
Ik heb de afgelopen jaren meerdere achtergrondartikelen geschreven over hoe de angst voor misbruik, groeiend ongemak rondom bloot en seksualiteit en een steeds meer risicomijdende opvoedcultuur ook hier bij jonge ouders voor onzekerheid zorgen. De ophef rondom de Week van de Lentekriebels en de onrust rondom seksuele voorlichting zijn hier voorbeelden van. Maar de groeiende huiverigheid om kinderen zonder toezicht mogelijk uitdagende situaties te laten ervaren, is dat ook.
Een sentiment dat ik ook teruglees in de analyses over de no sleepover movement: jonge kinderen zouden niet blootgesteld moeten worden aan situaties die mogelijk onveilig of ingewikkeld zijn. En zeker niet als die situaties raken aan grenzen, intimiteit en seksualiteit.
Dat zijn ook de voornaamste zorgen die ik teruglees in de discussies op de vele internetfora die ik uitpluis. Hoe goed ken je de familie waar je kind gaat logeren nou werkelijk? Wat als de vader, moeder of broer een creep is? Wat als je kind zich om wat voor reden dan ook niet prettig voelt, maar ’s nachts niet weg kan of om hulp durft te vragen? Hoe meer ik erover las, hoe meer ik aan mijn eigen logeerenthousiasme en ouderinstinct begon te twijfelen: zat er iets in? We vinden het als ouders heel normaal om onze kinderen tegen 'stranger danger' te beschermen, ze niet alleen door het donker naar huis te laten fietsen, terwijl de kans op misbruik door iemand die ze kennen en vertrouwen groter is. En ook kinderen onderling kunnen over elkaars grenzen gaan. Hebben ouders die zeggen ‘slapen doe je maar lekker thuis’ ergens een punt?
Schijnveiligheid
Ik besluit mijn vragen voor te leggen aan Belle Barbé, pedagoog en specialist seksuele opvoeding. Volgens haar is het belangrijk te benadrukken dat dit soort kwesties nooit zwart-wit zijn. 'Het klopt dat misbruik door een bekende vaker voorkomt dan door een vreemde. Dus in dat verband vind ik het alleen maar goed als ouders zich daar bewuster van worden. En daar kan zorgvuldig omgaan met logeerpartijtjes bij horen. Het blijft tenslotte een situatie waarin je je kind toevertrouwt aan de zorg van anderen.'
Die zorgvuldigheid zit volgens Barbé vooral in het vertrouwen dat je opbouwt met het andere gezin, de gesprekken die je voert met je kind en de afspraken die je maakt. Van verbieden of afzweren uit principe is zij geen voorstander, omdat je daarmee alleen maar schijnveiligheid creëert. ‘Je kunt logeerpartijtjes afzweren, maar waar stop je dan?’ zegt Barbé. 'Er zijn in het leven van de meeste ouders talloze situaties waarin je je kind langere tijd aan de zorg of het toezicht van anderen toevertrouwt: op de kinderopvang, school, de sportclub, bij familie, een vaste oppas, overdag bij vriendjes, op kamp.'
Tijdens al die momenten kan je kind in situaties terechtkomen - met volwassenen of andere kinderen - die het zonder ouder zal moeten leren navigeren. Daarmee oefenen is een belangrijk deel van opgroeien. 'Natuurlijk kijk je daarbij naar wat past bij de leeftijd en het karakter van je kind. Maar door het weg te houden van alle situaties waarin je zelf geen controle hebt, maak je het uiteindelijk juist kwetsbaarder.'
Slaan we door in onze waakzaamheid of is 'slapen doe je maar lekker thuis' stiekem een heel goed punt? Het volledige verhaal lees je nu in de nieuwe &C. Ren naar de winkel of bestel hem hier.
Dit en meer lees je in de spiksplinternieuwe &C
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))