Door: Anne van Aartrijk
Als Bo Gyi Hasenaar vier jaar geleden met een ondraaglijke hoofdpijn in het ziekenhuis belandt, is het mis. Zijn ontstekingswaarden zijn zo hoog dat de artsen hem een dag later in coma brengen. Op dag vijf krijgt zijn familie te horen dat ze afscheid van hem moeten nemen. Op dag negen wordt hij toch wakker. Die negen dagen veranderden zijn leven voorgoed.
Bo Gyi (32): ''Je gaat nu slapen,' zei de arts, terwijl hij het masker met slaapmedicatie bij me opzette. Binnen een paar seconden zag ik hem en de andere artsen langs mijn bed wegvallen. Vlak daarvoor hadden ze uitgelegd dat ze me in slaapmodus zouden brengen, zodat mijn lichaam zoveel mogelijk kracht had om te herstellen. Ik was te ziek om door te hebben wat ze bedoelden. Doe maar, dacht ik, alles is beter dan hoe ik me nu voel. Ik besefte niet dat het om een coma ging, en al helemaal niet dat ik er mogelijk niet meer uit zou komen.
Een paar dagen eerder had ik hele erge hoofdpijn gekregen. Ook werd ik zo benauwd dat ik bijna niet meer kon ademen. Ik heb astma, dus ik ben vaker benauwd, maar nu durfde ik uit angst om te stikken niet eens meer te slapen. Het was coronatijd, dus je mocht niet zomaar langskomen bij een arts. Toen ik eenmaal bij de huisarts terecht kon, dachten ze dat het om een longontsteking ging en werd ik met antibiotica naar huis gestuurd. Achteraf is dat een fout geweest. De ontsteking zat namelijk ergens anders, maar was daardoor lastiger te traceren. De hoofdpijn en benauwdheid hielden aan en na lang aandringen mocht ik naar het ziekenhuis. Daar werd ik aan het zuurstof gekoppeld en niet veel later geïntubeerd, terwijl ze mijn waarden checkten. Mijn ontstekingswaarden waren sky high, maar het lukte de artsen niet om de oorzaak ervan te vinden. 'We gaan je in slaap brengen,' zeiden ze een dag later. 'We weten niet voor hoelang.' Mijn familie en vriendin destijds mochten niet bij me, dus ik moest hen het nieuws via FaceTime vertellen. Met een vriend grapte ik op WhatsApp nog dat ze niet de verkeerde stekker eruit moesten trekken. Niet lang daarna kreeg ik het slaapmasker op. Fuck it, dacht ik alleen maar, doe maar.
Terwijl ik mijn bewustzijn verloor en geen enkel besef van tijd meer had, bleven de artsen zoeken. De antibiotica had vertroebeld waar de ontsteking vandaan kwam. De doktoren hadden contact met tropenartsen, met microbiologen, maar ze konden maar niet achterhalen wat er aan de hand was. Toen mijn waarden op dag vijf nog steeds zo hoog waren, hebben ze mijn familie verteld dat ze afscheid van me moesten nemen. Voor mijn familie, vrienden en ex-vriendin is dat een onbeschrijfelijk moeilijk moment geweest, zeker omdat er nog steeds maar één iemand één uur per dag langs mocht komen. Ik heb al drie broers, dus op het moment dat hij hoorde dat zijn zoon elk moment kon overlijden, had mijn vader me al dagen niet gezien. Achteraf vind ik dat het ergst: dat ik ze bijna heb achtergelaten met al dat verdriet.'
Blijven ademen
'Ondertussen bevond ik me ergens tussen de werkelijkheid en een surrealistische droomwereld in. De dingen die ik daar zag, voelde heel echt. Zo was ik me er continu van bewust dat ik ziek was. In een van de dromen liep ik het ziekenhuis uit en voelde ik heel duidelijk: ik moet beter worden. Buiten regende het, maar onder een viaduct zag ik iemand sporten. Hij had een hoodie aan en was aan het opdrukken, iets wat ik ook vaak deed. 'Mag ik met je mee sporten?' vroeg ik hem, waarna ik me ook begon op te drukken. Ondertussen kreeg ik door: blijven ademen, blijven ademen. Die zin kwam steeds terug, ook in andere dromen. Zo kwam ik regelmatig in een soort bos terecht. De bomen die ik zag stonden allemaal precies even ver uit elkaar, alles ertussen was mosgroen. Het groenste groen dat ik ooit heb gezien. Als ik goed ademde, zag ik mijn ex-vriendin in het bos en kon ik naar haar toe lopen. Deed ik nog beter mijn best, dan kon ik zelfs rennen. Achteraf is dat gevoel, die drang om te blijven ademen, de zuurstofpomp geweest. Toen ik mijn vriendin achteraf vertelde met welk ritme ik moest ademen, zei ze: dat is precies het ritme van de pomp. Zo liepen de werkelijkheid en de droomwereld in elkaar over. Het schijnt ook dat als mijn moeder in de buurt was en ik haar kon horen praten, ik onrustiger werd. Op de een of andere manier hoorde ik hen toch.
In mijn gekste droom zag ik een lege vlakte, die een soort hypnotisch effect op me had. Er was niets te zien, ik hoorde alleen zware geluiden en voelde hevige trillingen. Op een gegeven moment verschenen er grote rotsen of werelden, veel logischer kan ik het niet maken, die naar me toe draaiden. De trillingen bleven doorgaan. Alles is één, kreeg ik door, alles is oké. Ik ben altijd bang geweest voor de dood en kon mezelf gek maken met het idee dat er niets zou zijn, maar daar in die droom voelde ik: als dit mijn laatste moment is, dan is het oké. Ineens had ik er vrede mee. Bizar, toch? Ik had geen besef van tijd, maar het zou goed kunnen dat dat het moment was dat mijn familie afscheid van me nam. Het voelde in ieder geval als een bijna-doodervaring. Als er een laatste moment was, dan was het toen.
Als ik aan mijn dromen terugdenk, ben ik vooral blij dat ik ze heb meegemaakt en op al die plekken geweest ben, want zo voelt het echt. Ik heb gedroomd dat ik motor reed, dat ik ineens beroemd was en dat ik met vrienden op reis was. Er waren ook minder leuke dromen, zoals dat een verpleegster die me wilde helpen uit het raam viel. Het was een mengelmoes, maar ik zou graag nog eens naar die droomwereld terug willen. Toen ik eenmaal wakker werd, werd ik dan ook blij wakker.'
Lees ook: Dianne ziet over een paar jaar niets meer: 'Ineens kwam het besef dat ik mijn dierbaren niet oud zou zien worden'
Weer wakker
'Na dag vijf ontdekten de artsen dat ik orgaanfalen in mijn hersenen, hart en longen had gehad en dat ik daarnaast nog een atypische hersenvliesontsteking had. Ze wisten niet precies wat het orgaanfalen had veroorzaakt, dat weten ze nog steeds niet, maar nu wisten ze wel dat ze me vol konden pompen met antibiotica en prednison. Eindelijk gingen mijn waarden omlaag en gaf ik weer een teken van leven. Na negen dagen werd ik wakker. Dat eerste moment herinner ik me niet meer, ik kreeg na een paar dagen ook nog een delier en was even de weg kwijt, maar het eerste heldere moment weet ik nog wel. Ik zag mijn ouders aan mijn bed staan en het eerste wat ik zei was: 'Ik houd van jullie.' De laatste keer dat ik dat tegen ze had gezegd, was twintig jaar geleden. 'Wij houden van jou,' zeiden ze meteen terug. Waar ik het eerder ongemakkelijk had gevonden om dat zo direct uit te spreken, dat deden we als gezin nooit, waren nu alle filters weg. Het was puur. Het enige dat telde, was dat we elkaar en het leven hadden.
Het was even de vraag of ik cognitief nog dezelfde persoon was. De kans dat ik hersenschade had opgelopen was namelijk groot. Herkende ik mezelf en anderen wel? Had ik nog dezelfde humor? Het duurde even, ik was écht terug naar fabrieksinstellingen gezet, maar na een paar dagen kwam ik terug. Mijn fysiotherapeut genaamd Loes was net langs geweest toen mijn ex-vriendin binnenkwam. 'Hey, jij bent toch Loes?' grapte ik. Ik zag haar gezicht vertrekken. 'Nee,' stamelde ze, 'ik ben Tessa, je vriendin.' Gelukkig kon ze erom lachen.
De revalidatie duurde acht maanden. Het was een pittige periode, maar ik had vooral heel veel zin om sterker te worden. Ik wilde zo snel mogelijk weer mijn oude, fitte zelf worden. Dat ik zoveel spier had toen ik in coma belandde, heeft me gered, zeiden de artsen achteraf. In negen dagen tijd ben ik tien kilo afgevallen en totaal afgezwakt. Ik kon niet meer lopen, maar zat in een rolstoel. Mocht ik weer ineens zo ziek worden, maar in deze staat zijn, zou ik het niet overleven. Ik wilde dus zo snel mogelijk aansterken. Een beetje te snel, bleek. 'Het enige wat jij moet doen, is normaal doen,' aldus de artsen.'
Lees ook: Sophies schouderpijn bleek na jaren toch endometriose: 'Ze zeiden: meisje, het zit tussen je oren'
Verbonden
'Na negen dagen in coma, is de wereld anders. Ik was zó blij met het leven. Zelfs als ik mijn tanden stond te poetsen, was ik dankbaar dat ik mijn tanden stond te poetsen. Meteen in het ziekenhuis zei ik: 'Ik wil meer schijt hebben. Meer dingen doen die ik spannend vind, meer uit het leven halen.' Vlak voordat ik in coma belandde, zat ik in een stressvolle periode. Door alle tegenslagen in de coronatijd moest ik mijn horecazaak sluiten. Dat boeide me nu niet meer. Ik was er nog, en ik had mijn dierbaren om me heen. Op dat moment voelde ik me zo verbonden met hen. Terwijl ik in coma lag zijn mijn familie, mijn ex-vriendin en mijn vrienden een team geworden. Ze waren constant in contact, spraken shifts af en maakten eten voor elkaar. Mijn vrienden brandden elke avond om acht uur een kaarsje voor me, terwijl ze niet eens gelovig zijn. Nu ik weer wakker was, konden we alle liefde die we hebben gevoeld naar elkaar uitspreken. Voorheen legden we onze gevoelens nooit zo op tafel. Ik heb me lang schuldig gevoeld dat ik hen zoveel angst en verdriet heb bezorgd en bijna heb achtergelaten, maar laatst had ik het met mijn ouders en broers nog over hoe mooi die periode eigenlijk was. Er was zoveel saamhorigheid, zoveel contact.
Hoe langer het geleden is, hoe meer dat constante bewustzijn verwatert. Zo gaat het nou eenmaal. Maar wat nog steeds lukt, is meer mijn gevoel volgen en mijn gevoelens blijven uitspreken. Ik ben kwetsbaarder en opener geworden, kan makkelijker huilen en schaam me daar ook niet meer voor. Zeker onder mannen is dat taboe, terwijl: hoe meer ik uitspreek, hoe meer ik merk dat iedereen daar behoefte aan heeft. Hoe vaak gebeurt het wel niet dat er eerst iemand dood moet gaan voordat de mooie woorden komen? Ik heb het geluk gehad om terug te komen en dat alsnog te doen. Zeg alsjeblieft wat je wil zeggen als iemand nog leeft, zou ik iedereen mee willen geven. Het is nooit te laat.
Wat ik ook doe, is meer uit mijn comfortzone stappen. Ik vond het altijd al leuk om video’s te maken voor mijn vrienden. Fuck it, dacht ik, dat ga ik delen op social media. Ik wilde me altijd al inschrijven voor een castingbureau, maar wachtte toch. Ook dat heb ik gedaan. Op een gegeven moment ben ik als werk zelfs in hoge masten van sportvelden gaan klimmen om lampen te vervangen, puur omdat ik mijn hoogtevrees wilde overwinnen. Mafkees, dacht mijn moeder, waarom? Met dat werk ben ik inmiddels maar weer gestopt, maar ik blijf de behoefte voelen om meer te durven en te doen. Ik ken zoveel mensen die voorwaarden stellen aan het leven. Als ik zoveel geld heb, start ik een bedrijf. Als ik zo oud ben, ga ik een reis maken. We wachten maar, totdat we oud zijn en denken: had ik het maar gedaan. Mijn coma heeft me geleerd om niet te wachten. Het klinkt misschien gek, maar uiteindelijk ben ik blij dat ik in coma ben beland.'
Het verhaal van Bo Gyi werd ook vastgelegd voor de BNNVARA-documentaire Blijven Ademen, die vanavond om 22.20 op NPO 2 en NPO Start te zien is
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))