Door: Bobbie Bodt
Toen Bobbie Bodt een tijdje terug een oproep op haar socials plaatste begon haar zoektocht naar nieuwe vrienden. Met deze week: oude vriendschap roest niet.
Ik was net 20 toen ik midden in de nacht op een matrasje in de woonkamer van haar appartement in de Jordaan belandde. Het was introductieweek van onze studie en we kenden elkaar pas enkele uren. Onze klik spatte ervan af.
Onze vriendschap ging meteen in een stroomversnelling en ontvlamde als een steekvlam. 'Samen totdat we als besjes in het bejaardentehuis proosten met een glas sherry,' riepen we als grap. Maar zoals dat met steekvlammen gaat: soms slaat de vlam ook in de pan.
Tijdens onze vriendschap-loopbaan zijn we in totaal drie keer uit elkaar gegaan. Achteraf gezien steeds na een nieuwe liefde in ons leven. Misschien hadden we dan even geen ruimte meer voor elkaar. Misschien waren we een beetje jaloers. Misschien zijn we gewoon twee vurige types.
Ook al was het soms een knipperlicht, het was altijd hecht. Zij was degene die ik als getuige op mijn bruiloft zag of eigenlijk gewoon: getuige van m'n leven. Tot de laatste keer. Toen ging het anders. Geen ruzie, geen verwijten, maar een soort stille terugtrekking. We vonden niet meer de bereidheid om het gesprek met elkaar aan te gaan. Weken werden maanden. Ik miste haar, maar toen ze me van Instagram gooide dacht ik: oké, ze is klaar met mij. Ik probeerde het te accepteren. Onze nieuwe levens namen het over: een verbouwing, liefdesverdriet, een verhuizing, een nieuwe liefde.
Lees ook: Misschien neemt ze op als ik haar 's nachts bel, maar zo ver zijn we nog lang niet
Sinds onze breuk is er geen dag geweest dat ik niet aan haar dacht, en terwijl ik volop met anderen aan het vriendschapsdaten was, verzamelde ik de moed bij elkaar om haar te bellen. Een begrafenis van een oudere dame gaf de doorslag. Ik voelde: ik wil geen spijt als we er straks niet meer zijn. Al zou ze niet opnemen, dan had ik het in elk geval geprobeerd.
De telefoon ging twee keer over. 'Is alles goed?', vroeg ze, geschrokken. Die avond hebben we ruim een uur gepraat. Niet veel later gingen we wandelen. Het was de eerste zonnige dag van de lente en ik reed, met knikkende knieën, naar het strand. Onderweg kwam ik precies achter haar auto te rijden. We seinden naar elkaar, armen uit het raam, zwaaiend als oude bekenden op een reünie. Achter het stuur voelde ik meteen dat ik het juiste had gedaan.
Tijdens die wandeling bespraken we hoe we allebei aannames hadden gedaan. Hoe kleine dingen groot waren geworden. Hoe we zo lang niet hadden uitgesproken wat er écht speelde. En hoe zonde dat eigenlijk was. In de drie jaar zonder contact hebben we zo veel van elkaar gemist.
We zijn een paar maanden verder en hebben elkaar - godzijdank - teruggevonden. We zijn weer in elkaars leven, we eten met onze nieuwe geliefden aan een lange tafel, lachen om elkaars grappen terwijl anderen stil blijven. Ik kijk nu met vernieuwde ogen naar haar. Haar eigenschappen die me vroeger weleens irriteerden, maar die ik nu alleen maar waardeer. Want ik weet hoe het voelt om ze te missen.
En ik weet zeker: deze keer laten we elkaar niet meer los. Totdat we besjes zijn.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))