Door: Carmen Felix
'Wat gaat de tijd toch snel'; klinkt misschien als een cliché, maar de dochter van Carmen is haar peutertijd bijna uit.
Het is maar een getal. Drie plus één. Een handjevol vingers. Maar het voelt als een mokerslag. Mijn dochter wordt bijna vier. Vier! Het getal dat een soort grens markeert. Alsof de poorten van de vroege kindertijd langzaam sluiten en ik nog nét met één been in het peuterplonsbadje sta, terwijl zij al naar de glijbaan van de grote school klimt. Als een aap met haast.
Ik weet het, het hoort erbij. Groei, ontwikkeling, loslaten, allemaal prachtig. Maar niemand vertelt je dat het zo'n zeer doet. Dat je soms stiekem huilt in bed omdat haar voetjes ineens zo groot lijken in haar bezopen cowboylaarzen die ze weigert uit te trekken. Of omdat ze tegenwoordig zelf haar jas dicht ritst en 'mam, ik doe het zélf' zegt met dat specifieke, mini-puberachtige toontje.
Ik hoor mezelf tegen anderen zeggen hoe leuk het is dat ze straks naar school gaat. Maar vanbinnen schreeuwt iets: ik wil haar terug. Terug naar die slaperige ochtenden met flesjes melk. Naar haar eerste hese 'mama' in de box. Naar dat lijfje dat nog helemaal in mijn armen paste. Begrijp me niet verkeerd - ik ben trots. Zó trots. Maar dat sluit verlangen niet uit. Of pijn.
Ze is straks elke doordeweekse dag tussen half negen en twee niet meer bij ons. En ik weet dat dat niks is in het grotere plaatje, maar voor mij voelt het als een soort afscheid. Ze gaat nu twee dagen naar de opvang, en de andere drie dagen zijn wij. Gewoon wij. Koffie halen en koekjes delen op het terras. Hysterisch steppen door het park. Samen boodschappen doen en onderweg zes keer moeten stoppen omdat er weer iets in de schappen ligt wat ze absoluut moet hebben en absoluut niet krijgt. Had me er tien jaar geleden niet op vastgepind, maar die uren met haar zijn nu kostbaarder dan goud. Fuck goud. Ik smul van háár.
Misschien is dat het gekke aan moederschap: je leeft continu in de toekomst - eerste stapjes, eerste woordjes, straks school, straks zwemles - maar je hart blijft hangen in het verleden. In die kleine versies van je kind die je nooit meer terugkrijgt. Je rouwt om iets wat je tegelijkertijd viert. Heel schizofreen en verschrikkelijk uitputtend.
En heel soms, als ze slaapt en ik haar nog even in het donker bekijk, zie ik heel even weer dat baby'tje van toen. En dan slaat het gemis me plat als een golf. Misschien verlangen we daarom ook wel weer naar zo'n warm, mollig lijfje op onze borst. Een broertje of zusje voor Vesper. Als de sterren nou eindelijk eens goed willen gaan staan. Zou fijn zijn.
Scoor &C's nieuwste Oh Baby! hier!
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))