Door: Chantal Janzen
Echt vakantie voelen, dat duurt bij mij een paar dagen.
Ik ben zo'n type dat nog een halve week denkt: moet ik niet ergens zijn? Maar zodra ik het eenmaal voel - koffie op het balkon, Bobby die nog half slapend naast me ligt, nergens heen hoeven - dan denk ik: ja hoor, we zijn begonnen.
Het overgangsritueel in mijn hoofd begint ergens in juni: van volle studio's en strakke draaidagen naar... stilte. Zon. Geen wekker. Gordijnen die pas opengaan als ik daar zin in heb. Ik ben overigens absoluut niet van de wilde plannen. Geen hysterische 'we móéten iets doen want het is vakantie!'-energie. Alleen maar: waar hebben we zin in?
En dan: de vakantie-vakantie. Ver weg gaan we in de zomer nooit. Naar welk land we gaan, maakt me niet zo veel uit, maar één ding staat vast: ik wil naar de zee. Altijd. Het liefst zit ik van 's ochtends vroeg tot zonsondergang op het strand. Einde dag lekker met z'n allen een visje eten, maar dan wel op een plek zonder Ibiza-pretenties. Ik ben allergisch voor beachclubs waar je strandbedje meer kost dan je hotelkamer, waar je eerst picobello in de make-up en tot in de puntjes gestyled moet zijn voordat je überhaupt een salade van 27 euro mag bestellen. Geen dj, geen mojito's voor 17 euro, en als ik ergens 'sunset yoga' zie staan, ren ik de andere kant op.
Voor mij geen zien en gezien worden. Liever niet zelfs. Op vakantie wil ik verdwijnen. Achter een grote zonnebril, in een goed boek en een lekker huis. Want ja - ik ben een luxemens. Geen kampeermeisje, geen glamping, geen 'dat moet je een keer proberen'. Been there, done that, mis ik niks aan. Geef mij gewoon een comfortabel schoon huis of een klassiek hotel. Zonder feestjes in de lobby. Rust, daar doe ik het voor.
Niet dat ik alleen maar op mijn luie reet aan een zwembad wil zitten. Met kinderen is vakantie sowieso een balanceeract. James trekt inmiddels z'n eigen plan, maar Bobby, ja, dat is toch net een hondje dat je af en toe uit moet laten. Hem moet je entertainen. Ik ben óók iemand die nieuwsgierig is. Naar dorpjes, mooie plekken in de omgeving. Alleen Marco is dan die vader die op vakantie ineens denkt dat we in een Expeditie Robinson-special zitten. Zodra hij 'rafting', 'klimmen' of 'ziplining' roept, haak ik af. Bobby springt er vrolijk achteraan, voor hem is alles nog een groot avontuur. En ik? Ik kijk ze na met een espresso en denk: succes jongens, mama blijft nog even bij het huisje.
Als we daarna richting strand gaan, komt voor mij de uitdaging: strandkleding. Want ja, als we ergens in een huisje zitten en het is gewoon ons clubje, dan hijs ik me zonder nadenken in een bikini. Maar op een druk strand denk ik toch: hmm... wat trek ik aan? Het heeft alles te maken met hoe ik me op dat moment voel. Heb ik veel gesport de weken ervoor? Of leefde ik vooral op ongezonde maaltijden en repen chocola op een set? Dan voelt zo'n bikini ineens iets minder 'lekker zomers' en iets meer 'waar laat ik m'n buik?' Dan kies ik voor comfort. En soms is dat een badpak.
Het hangt er echt van af hoe mijn lijf er eigenlijk bij hangt. Ik ben daar niet heel zeker over. Maar die tijd dat ik me in ieniemini bikini's hees die vooral goed leken maar totaal niet zaten? Voorbij. Ik ga niet badmintonnen met Bobby in een lapje textiel dat bij elke beweging vraagt om gênante taferelen. Vroeger dacht ik nog: o nee, straks heb ik een witte buik. Nu denk ik: als dat je grootste probleem is, leef je een fantastisch leven.
Dus nee, ik hoef geen strandfeest, geen dj, geen parade in pareo's. Geef mij maar zon op m'n armen, zand tussen m'n tenen en mensen om me heen bij wie ik niks hoef op te houden. Geen druk, geen filter, gewoon samen. Rust. Eén keer per jaar met z'n allen weg. Met de hele bups. Dat is me heilig. Want als we samen zijn, zijn we op ons best. Dan is het pas écht zomer.
Shop &C's Zomerboek nu hier!
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))