Door: Chantal Janzen
Iedereen hetzelfde.
Het begint al vroeg. Dezelfde poppenwagen als je vriendin willen. Dezelfde kleren. Ik wilde dezelfde Oilily-outfits als mijn beste vriendin Anne-Marie, maar mijn ouders vonden die meestal te duur. Maar ik wilde ze ook. Zó graag. Net als die Naf Naf-trui, waar iedereen op school mee rondliep. Of naar die vakantiebestemming waar mijn andere vriendinnetje naartoe ging. Waarom? Omdat je erbij wilde horen? Omdat het zekerheid gaf dat het daar zeker weten leuk is, en omdat het – wellicht mede daarom – veilig voelde?
Ik denk dat dat het is. We willen allemaal ergens bij horen. We zijn kuddedieren. Voor de troepen uitlopen is spannend en in je eentje al helemaal. En dus zoekt de meerderheid comfort in het bekende, en het meest gewilde. Vooral tijdens je jeugd denk ik. Je wil erbij horen, onderdeel zijn van een groep, niet afwijken van de rest. En dus lopen we allemaal met dezelfde drinkflessen, fietsen, jassen, kapsels, schoenen. Maar uiteindelijk komt er ook een moment waarop je juist wil opvallen.
Bij mij gebeurde dat rond mijn achttiende toen ik naar Amsterdam verhuisde om te studeren aan de Theaterschool. Opeens draaide alles juist om uniek zijn, om een plek veroveren, en daarvoor moest je opvallen tussen al die anderen die precies hetzelfde wilden. You have to stand out was plots het credo. Want iedereen wilde een plek, gezien en gehoord worden, een rol. Uniek zijn is toch ook veel leuker dan in de massa meegaan?
Dit alles schrijf ik trouwens vanaf mijn beige teddystoel op mijn beige mat onder mijn beige sprei. Waarom ga ik nu dan toch mee in deze (interieur)stroom, en ben ik net als zovelen een beige Bonny? Ik heb niet voor beige gekozen omdat je dat tegenwoordig overal ziet. Tenminste, dat dénk ik niet… Ik heb voor de kleur gekozen omdat-ie mijn hoofd kalmeert. En omdat ik het esthetisch gezien mooi vind. Maar dan lees ik in dit nummer verderop hoe we allemaal onbewust voor dezelfde dingen kiezen omdat ze sociaal geaccepteerd zijn, en dan begin ik al helemaal te twijfelen. Wil ik dit echt omdat ik het mooi vind? Of omdat je het overal ziet, en daardoor iedereen het mooi vindt?
Tuurlijk is er niks mis mee om je zo nu en dan gewoon te laten meeslepen met een hype. New Balance 530-sneakers? Zes kleuren staan er in mijn kast. Een roodlichtmasker? Check. Die ene droogshampoo waardoor je haar als touw voelt? Got it. Wat betreft vakantiebestemmingen is het andersom: daar ben ík juist vaak de 'influencer'. Ik heb al heel wat uren in mijn leven gespendeerd aan reisadviezen verzamelen en versturen naar vrienden en bekenden.
Maar als iets te massaal is of wordt, haak ik wel af. Iedereen naar Ibiza? Dan ga ik juist niet. Wintersport? Ook niet mijn favoriet. Iedereen op de school van mijn zoontje gaat, maar ik heb er niks mee. En dan ga ik ook niet. Ik heb absoluut geen fear of missing out, eerder joy of missing out: ik kan best een einzelgänger zijn. En vind dat herrlich. In mijn beige stoel. En dat is het paradoxale eraan: we houden van hetzelfde, we zoeken comfort in gedeelde ervaringen, maar we willen ook uniek zijn. Uiteindelijk pik je gewoon de dingen eruit die je mooi of fijn vindt, of dat nou in de mode is of niet.
En misschien is dat wel het ultieme unieke cliché: je eigen weg vinden, en toch naast die lange stoet blijven lopen, feilloos in de gaten houden wat 'iedereen' doet. En nu ga ik mezelf in een veel te strakke sportlegging hijsen, die mijn maaginhoud zeker weten een paar centimeter naar boven zal drukken. Waarom? Gezien op Insta. Iedereen heeft 'm. Dus, tja.
Scoor &C's nieuwste editie hier!
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))