Door: Chantal Janzen
Wie geeft nu iemand een huisdier cadeau?
Ik vind dieren eigenlijk altijd ontroerend. Of het nou een alpaca in de wei is, of een hond in een buggy. Als je een dier in de ogen kijkt, zie je iets echts. Mijn eerste grote liefde was Snuutje, een wit konijn. Limburgs voor Snoetje. Mijn vader had zijn naam bedacht. Dat was zo'n fantastisch beest. Hij ging overal mee naartoe. Ik liep met hem aan een rood riempje door de buurt, hij sliep vaak op mijn kamer, ik had hem zindelijk gemaakt. Op de wip-wap in onze tuin zat hij aan de ene kant, ik aan de andere.
Op een dag toen ik uit school kwam, lag hij stijf op één zij in zijn hok. Ik was ontroostbaar. Mijn moeder kon mijn verdriet niet aanzien en reed meteen met mij naar de dierenwinkel om een nieuwe uit te zoeken. Uiteindelijk heb ik vier konijnen gehad. Na elkaar, niet tegelijkertijd. Maar toen ik eenmaal op mezelf woonde, was het gedaan met de huisdieren. Ik ging elk weekend terug van Amsterdam naar Limburg en wat moest je dan met je beest? Een dier dan alleen laten kon niet, en het steeds naar iemand anders brengen was ook gedoe. Maar wat had ik graag een konijntje gehad.
Destijds had ik namelijk zoveel heimwee, alleen op mijn kamertje in Amsterdam. Maar het idee dat ik hem dan steeds mee had moeten slepen in de trein, dat hield me tegen. Over slechte ideeën gesproken: ik heb ooit een hamster gekregen als verjaardagskado. Zeer zeer slecht kado. Ik werd 21, mijn ex Johnny had een surpriseparty voor me georganiseerd, zeer zeer lief idee. Mijn vriendinnen, in dit geval Debora en Merijn, houden er nogal van om elkaar te kloten, en nu was ik aan de beurt.
Zij hoorden mij al jaren op de theaterschool zeiken 'oooh ik had zo graag een konijntje gewild', en ze dachten: dan gaan we jou een diertje geven ook. Ze gaven me een hamster. Een hámster. Dat is géén konijn. Wie geeft nu iemand een huisdier cadeau? Hij zat in een kooi in een hele grote doos, en mijn eerste reactie was euforie, mijn tweede een lachstuip, maar daarna volgde een kleine woede. Wat moet ik nou ongewild en ongepland met een levend beest in huis?!
Het beestje was heel lichtbeige en zat met zijn snoetje in het hooi. Ik zei iets tegen hem, omdat ik zijn snoetje wilde zien, en toen hij opkeek moesten we allemaal lachen: deze hamster had een snor. Een kleine, zwarte, vierkante snor, en hij keek loeikwaad. Johnny keek naar hem en riep: 'Hij heet Dolfje.' Die loeikwade blik en dat kleine vierkante snorretje deden hem aan iemand denken, ja. Ik mocht van mijn toenmalige huisbaas geen huisdieren, dus dat arme beest stond vervolgens eenzaam en alleen in Johnny's appartement. Wij waren veel te druk om een beest te onderhouden en verzorgen. Dolf beet, krabde en at slecht, zo zielig vond ik het. We brachten hem al vrij snel naar het dierenasiel.
Ik zeg: geef nooit iemand een huisdier cadeau. Echt. Niet. Doen. James en Bobby hebben gek genoeg nooit om een huisdier gezeurd. Ik heb een keer een konijn meegenomen van een fotoshoot. James vond het een week leuk, totdat hij hem een paar keer krabde, en daarna stond ik iedere keer het hok schoon te maken. Ik vind ons leven nu te druk voor een eigen dier. Als je ervoor kiest, moet je er gewoon goed voor kunnen zorgen en er veel zijn.
Gelukkig heb ik wel mensen om me heen met huisdieren. Zo heb ik een hondenkleinkind, Pilar, de leukste labradoodle pup, van Isaa. En ben ik tante van Paco, de hond van Leco, de allerliefste hond die ik ken. Daar zou ik wel een kopie van willen. Vriendin Igone heeft Teddy, vriend Tijs heeft Billy, die ze het liefste overal mee naartoe nemen. Het is hun beste vriend. Dat mensen hun huisdier soms als een kind beschouwen en behandelen, dat snap ik ergens ook wel. Je bent hun verzorger, je draagt zorg voor iets, en in hun geval is dat geen kind maar een dier. Ik vind het altijd ontroerend om te zien hoe lief de band tussen mensen en hun huisdier is.
Of dat ook de reden is waarom ik steeds minder vlees eet, dat denk ik niet. Dat heeft vooral met de vaak slechte omstandigheden te maken waarin dieren gefokt worden. Het begon eerlijk gezegd wel door Marco, die vanwege zijn wat te hoge cholesterol minder vlees ging eten en toen deed ik automatisch mee. Ik kan die filmpjes van de bio-industrie ook gewoon niet zien. Van dieren in kleine hokken, vetgemest, geen daglicht. Vroeger was je je daar minder bewust van. Nu zie je het overal: social media, nieuws, documentaires. Je kunt je ogen er niet meer voor sluiten.
Overigens heb ik vroeger als kind weleens met gesloten ogen aan het kerstdiner gezeten. Opa en oma aten dan namelijk gewoon konijn en haas. Ze zeiden het niet tegen me, ze logen dat het kip was, maar door een neef wist ik dat ze verre familieleden van Snuutje zaten te verorberen. Ieder het zijne, maar geef mijn portie maar aan Fikkie.
Ja, een klein hondje zou Bobby misschien toch wel willen, zei hij laatst. Ik zei: 'En wat voor eentje dan?' Hij antwoordde: 'Ik zag er eentje in het park, een lichte, met een zwarte snor.' Oh mijn god. Dolfje is gereïncarneerd.
Deze editorial van Chantal staat in &C's gloednieuwe oktobernummer 'Purrfect love', dat helemaal in het teken staat van hoe een huisdier soms als je kind kan voelen. Dat wil je natuurlijk lezen, en dat kan, want hij ligt vanaf woensdag 10 september in de schappen - maar je kunt 'm bij ons alvast bestellen, doe je hier:
Shop &C's nieuwste editie hier
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))