Door: Redactie
We zijn helemaal niet gemaakt om het opvoeden van kinderen alleen te doen. Al in de oertijd lieten we anderen voor ons kroost zorgen als wij een uurtje uit jagen gingen, en nog steeds maken we gebruik van ons netwerk. En daar heeft zowel ouder als kind baat bij.
Het ziet er zo vertederend uit als je in een natuurdocumentaire of in het echie vrouwtjesolifanten ziet die zich en masse over de jonkies ontfermen. Of potvissen die aan het wateroppervlakte op de kleintjes van een ander letten terwijl papa of mama aan het diepzeeduiken is om voedsel te scoren.
Lees ook: Moet een peuter van 2,5 zijn eigen broek aan kunnen doen?
Alloparenting heet dat en drie procent van de zoogdieren en negen procent van de vogels doet het. Een van de zoogdieren die er geen moeite mee heeft dat anderen meehelpen bij de zorg voor hun kroost zijn wij, de mensch. En dat gebeurt al sinds de oertijd, volgens hoogleraar in de ontwikkelingspedagogiek Carlo Schuengel van de Vrije Universiteit Amsterdam. 'De mens is een van de aapsoorten die zo is geëvolueerd dat we kinderen op een coöperatieve manier opvoeden. De ene dag zorgde een oom of tante voor de kinderen als de ouders gingen jagen en verzamelen, de volgende dag was dat andersom. Als de ouders wegvielen – de oertijd kende zo zijn gevaren – konden andere ouders voor het kind zorgen. Alloparenting verhoogt dus de overlevingskansen van een kind.
Het is overigens heel krachtig dat mensenkinderen daadwerkelijk iets kunnen halen uit mensen die niet de primaire opvoeder zijn. Dat zie je bijvoorbeeld in het vliegtuig als er een baby huilt. Als iemand het helemaal gehad heeft met zijn of haar krijsende kind, is er altijd wel iemand die de baby even overneemt om hem of haar te kalmeren. Dat hoef je bij andere aapsoorten niet te proberen.'
Anno 2022 zorgen we op een net wat andere manier voor brood op de plank dan onze voorouders en is de kans dat ouders door een leeuw worden opgepeuzeld niet heel groot meer. Maar nog steeds is alloparenting meer regel dan uitzondering. Niet alleen vrienden of familie die op regelmatige basis bijspringen zijn alloparents, ook bijvoorbeeld professionals als crèchemedewerkers. Dat die hulpouders heel wat stress bij drukke ouders wegnemen, moge duidelijk zijn.
Lees ook: Wij doen aan positief opvoeden
Maar wat hebben kinderen eigenlijk aan die medeopvoeders? Schuengel: 'Het levert ze indirect al meteen voordeel op: ouders die zich gesteund voelen, kunnen makkelijker een goede ouder zijn. Daarnaast geeft het kinderen meer veiligheid en zekerheid om zo'n gehechtheidsnetwerk om zich heen te hebben, wat heel belangrijk is voor opgroeiende kinderen. Je bent als kind dan niet reddeloos verloren als er iets met je ouders is en leert dat je erop kunt vertrouwen dat mensen er voor je zijn – mits ze trouw en stabiel zijn.'
En in dat trouw en stabiel zit het 'm nou net. Want je moet niet te licht denken over je rol als medeopvoeder, bevestigt een recent groot, wereldwijd onderzoek naar gehechtheidsrelaties. Schuengel: 'Het is al langer bekend dat de kwaliteit van opvoedrelaties voor een veilige of onveilige hechting bij kinderen kan zorgen. Maar verrassend genoeg is uit dit onderzoek gebleken dat een veilige gehechtheidsrelatie met één ouder het effect van een onveilige gehechtheidsrelatie met een andere ouder niet volledig compenseert. Ook al mag je dit onderzoek niet onverkort doortrekken naar de relatie van het kind met medeopvoeders, hoe de relatie van een tante met dat kind is, telt dus wel degelijk mee.'
Komt wel goed
Natuurlijk vraag je als ouder niet de eerste de beste die voorbijloopt om voor je mini you te zorgen, maar ook als het om een enthousiaste auntie gaat, mag je als ouders heus een vinger aan de pols houden.
Schuengel: 'Je moet als ouder niet te makkelijk denken: ik heb een veilige relatie met mijn kind, dus het komt wel goed als hij of zij één dag in de week bij een iets minder geschikte verzorger is. Want jij als ouder wist die onveilige relatie niet uit. Voor medeopvoeders geldt: pak je verantwoordelijkheid en verdiep je echt in een kind. Het is een privilege om deel uit te mogen maken van zijn of haar leven en geen hobbyproject waar je zomaar weer mee kunt stoppen. Een kind moet op je kunnen blijven rekenen. Een gevoel van onveiligheid kan relaties van die kinderen beïnvloeden. Dat telt met alle andere beetjes door in toekomstige relaties.'
Wow, iemand nog zin in een wekelijkse oppasmiddag? Gelukkig geldt het omgekeerde ook: een goede hulpouder kan veel betekenen voor een kind dat het thuis zwaar heeft. Schuengel: 'Niet dat die alle narigheid kan wegnemen, maar deze medeopvoeder biedt het kind wel een extra kans om veerkracht te ontwikkelen en geestelijk gezond op te groeien, ondanks een moeilijke of teleurstellende relatie met de eigen ouders.'
Linda Giling (44) liet zich in elk geval niet afschrikken door de verantwoording die ze op zich nam toen ze jarenlang elke twee weken anderhalve dag op haar neefje Rico (inmiddels 17) paste. 'Ik vond het een eer dat mijn zus en zwager hem bij mij lieten. Zij vonden het weer een heel prettig idee dat hij bij mij terechtkon en hebben zich ook nooit afgevraagd of het wel goed zou gaan. Ik kom daar sowieso continu over de vloer, dus we kennen elkaar allemaal supergoed. Ik denk dat het ook wel fijn voor ze was dat we hetzelfde over opvoeden denken – al ben ik net iets strenger. Ik heb door al die jaren oppassen een enorme band opgebouwd met Rico. We vinden het altijd ontzettend leuk om elkaar te zien. Ook mijn zus zegt vaak dat ze merkt hoe fijn en veilig hij het nog steeds bij mij vindt. Alleen huilt hij nu niet meer als ik weer naar huis ga, haha.'
Andere regels
Maar wat als Linda compleet andere regels had gehad dan haar zus, had dat veel uitgemaakt? En wat te denken van bijvoorbeeld schoonouders die het he-le-maal anders aanpakken? Volgens Schuengel hoeven we ons op deze verschillen niet blind te staren. 'Welke regels je stelt of welke activiteiten je doet, maakt voor het kind niet zo heel erg veel uit. Het kan zelfs leerzaam zijn als het bij de een net even anders gaat dan bij de ander. Maar hóé je die regels stelt, is wel belangrijk. Doe je dat op een manier waar het kind iets van kan leren of op een dwingende manier waar het kind overstuur van raakt?'
Wat dat betreft mogen we ervan uitgaan dat professionele alloparents – de crèchemedewerkers dus – daar in elk geval mee uit de voeten kunnen. Want ook zij zijn belangrijk als medeopvoeder. Schuengel: 'Jonge kinderen kunnen met een of meer pedagogisch medewerkers een gehechtheidsrelatie opbouwen. De sensitiviteit van de medewerkers blijkt een belangrijke voorspeller te zijn van het welbevinden van kinderen in de kinderopvang.'
Ook een beetje haar kind
Als je ook privé die perfecte medeopvoeder hebt gevonden, mag je in je handen knijpen als ouder. Want zoals de oertijd al laat zien: we zijn dus helemaal niet gemaakt om dit alleen te doen. Ook onderzoek wijst uit dat ouders die bij niemand terechtkunnen nogal, eh... gestrest kunnen zijn.
Sabrine Kasno (38) had de hulp van haar zus Susan (43) in elk geval niet willen missen bij de zorg van haar dochter Esmee (4). 'Onze moeder overleed toen mijn dochter zes maanden was. Het betekende extra veel dat mijn zus er in die roerige tijd voor me was. Haar hulp was onmisbaar, het was heel fijn om iemand naast me te hebben wanneer ik even niet meer kon. Als mijn man en ik haar nodig hadden, was ze er gewoon áltijd, zonder er ook maar iets van te vinden. Ze kwam naar ons toe of nam de kleine mee naar haar huis. Ze hoefde niet eens te weten wanneer we Esmee weer op kwamen halen. Ze is ook mee op vakantie geweest, waardoor mijn man en ik soms even zonder de kleine op pad konden. Ik zie mijn zus inmiddels als een volwaardige medeopvoeder. Het voelt echt alsof Esmee ook Susans kind is, ze voelt gelijkwaardig aan mijn man en mij. Ik geef haar die ruimte ook, ze heeft echt inspraak. Als mijn zus bij ons op de bank zit en Esmee iets doet wat niet mag, corrigeert mijn zus haar ook gewoon. In mijn Javaans-Surinaamse cultuur is het sowieso doodnormaal dat de hele familie zich bemoeit met de opvoeding. Ook voor Esmee is het hartstikke fijn dat ze aan mijn zus een extra moeder heeft die ze honderd procent kan vertrouwen. Het enige verschil is dat Esmee bij mijn zus veel braver is. Daar eet ze wel haar bord leeg, slaapt ze wel uit en kan ze zichzelf opeens wel vermaken.'
Blijvende indruk
Hoe zit het eigenlijk met tantes zoals ondergetekende die af en toe een uurtje of wat aanwaaien om gekke dansjes met het neefje en nichtje te doen? Hebben die kleintjes daar – behalve op dat moment heel veel lol – later ook nog iets aan? Nou, niet héél veel, volgens Schuengel. 'Het is de vraag of jullie band heel diep gaat en je een blijvende indruk maakt op je neefje en nichtje. Al is het wel zo dat áls er iets met hun ouders aan de hand is, kinderen zich veel fijner voelen bij iemand die vertrouwd is dan bij een compleet onbekende. Tenminste, als je op een sensitieve manier met ze speelt en ze dus echt ondersteunt en luistert naar wat ze nodig hebben.' Duly noted. Schuengel vervolgt: 'Daarnaast doen kinderen die meer mensen zien dan alleen de vader en moeder meer sociale finesses op en leren ze om deel te zijn van een groep.' Gelukkig maar, al is de vraag welke sociale finesses ze van deze tante opdoen wanneer we huppelend op straat zingen: 'Huppeldepup, kijk mij eens gaan, met m'n mooie schoenen aan...'
Dit artikel staat in &C's oktobernummer 2021 'Daar ben je tante voor'.
In &C's Oh Baby! Special lees je hoe vijf bekende moeders het it-takes-a-village-principe toepassen in de praktijk.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))

