Door: Eva Thijs
Eén kind hebben, heel vaak is het handig. Als je op moet letten in de speeltuin, bijvoorbeeld. Maar het opvoeden van een enig kind kan ook juist ingewikkeld zijn. Het belangrijkste: begrijpen wat een enig kind écht nodig heeft.
De Amerikaanse psycholoog Samantha Rodman Whiten weet hoe het is om enig kind te zijn en deelt online hoe ouders dat het beste kunnen aanpakken. Hier zijn acht dingen die elke ouder van een enig kind zou moeten weten.
1. Je bent geen speelvriendje
Je bent vast geneigd om veel met je kind te willen spelen, zodat hij of zij zich niet alleen voelt. Maar, je moet ook begrijpen dat je geen échte vriend bent. Als jij het standaard speelmaatje bent, kan dat leiden tot moeilijkheden bij het spelen met andere kinderen. Volwassen zijn namelijk slimmer en geduldiger, terwijl kinderen dat absoluut niet zijn. Daardoor kan je kind moeite krijgen met samenwerken, conflicten oplossen en écht kinderspel. Zorg er daarom voor dat jouw kind regelmatig afspreekt met andere kinderen, het liefst zelfs een of twee keer per weekend.
2. Laat niet altijd winnen
Om teleurstelling te voorkomen en je kind een lach op zijn gezicht te geven, is het een logische zet om je kind te laten winnen tijdens spelletjes. Maar je kind altijd laten winnen zorgt ervoor dat hij of zij de verwachting krijgt dat dat altijd zal gebeuren. Ook dat helpt niet bij spelen met andere kinderen. Als jouw kind nooit verliest, is hij of zij niet gewend te dealen met de frustratie die loskomt als het anders loopt. Het is juist belangrijk dat een kind leert omgaan met teleurstelling. Dus als je Monopoly speelt: vecht voor de Kalverstraat en leer ze echt verliezen.
3. Geen ruzie tussen ouders
Het vervelendste voor een kind - elk kind - is het zien van ruziënde ouders, maar voor een enig kind is deze situatie nog lastiger. Zonder broers of zussen om erover te praten, voelt zo'n situatie eenzamer en angstiger. Later heeft je kind ook geen broers of zussen om mee te bespreken hoe moeilijk die tijd was. Zorg er als ouders voor dat jullie werken aan je problemen, dat ben je je enige kind wel verschuldigd.
Lees ook: Om deze (onverwachte) reden staat je kind 's nachts naast je bed
4. Behandel je kind niet als beste vriend
Kinderen die zonder broers of zussen zijn opgevoed, zijn verbaal vaak erg vaardig. Dit komt omdat zij opgroeien in een omgeving met volwassenen. Maar, vergis verbale volwassenheid niet met emotionele volwassenheid. Het is nog maar een kind, dus bespreek geen volwassen problemen (zoals financiën en relatieproblemen) met je kind. Daar heeft je kind nog geen verstand van.
5. Neem een huisdier
Overweeg om een huisdier te nemen. Vaak zien kinderen een huisdier als hun beste vriend en constant metgezel. Voor een enig kind kan een huisdier een soort plaatsvervangende broer of zus zijn. Het beste is een huisdier dat ook contact met andere kinderen stimuleert, zoals een vriendelijke hond. Blub, de nieuwe goudvis die verdacht veel rondjes zwemt, telt niet.
6. Neem vriendjes mee
Wat leuk, jullie kijken de hele week al uit naar het weekend om naar een pretpark te gaan. Om die ervaring voor een enig kind leuker te maken, kun je ervoor kiezen om een vriendje mee te nemen. Het is niet leuk om in je eentje te gillen in een attractie terwijl je ouders toekijken, of met elkaar kibbelen over het kwijtgeraakte parkeerticket. Samen op pad met je beste vriend? Dat wordt de maandag erop uitgebreid gedeeld tijdens de kringgesprekken.
7. Laat je kind tv kijken
Schermtijd dit, schermtijd dat. We snappen dat schermtijd ervoor zorgt dat je kind geen vierkante ogen krijgt (was dit niet een fabeltje?), maar televisie kijken is voor een enig kind nog belangrijker dan voor kinderen met broers en zussen. Enige kinderen moeten weten waar andere kinderen het op school over hebben. Ze hebben geen broers of zussen om hen te helpen ontdekken wat hip of nieuw is. Wees dus niet te streng wat betreft schermtijd.
8. Werk aan je eigen zelfvertrouwen
Enige kinderen zijn vaak voorzichtiger dan anderen, omdat zij niet met de ruwe dynamiek van broers en zussen opgroeien. Je kind maakt geen ruzie om de afstandsbediening en leert niet hoe oneerlijk het soms kan zijn als een grote broer langer mag opblijven. De enige persoon waar je kind van leert, ben jij. Als jij angstig bent en weinig zelfvertrouwen hebt, neemt je kind dit over. Dit kan beginnen bij voorzichtigheid maar later omslaan in angst. Dat is voor een kind niet prettig. Juist enige kinderen moeten zelfvertrouwen hebben, omdat ze vaak alleen in een nieuwe situatie instapt (zoals activiteiten, kamp of alleen naar een speeltuin). Laat zien dat jij vertrouwen hebt in jezelf en in de wereld, want dan leert je kind dat ook.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))