Door: Ismay Gijsen
Samantha (40) kende geen zorgeloze jeugd: ze groeide op in een huis vol ruzie en met de alcoholverslaving van haar vader. Jaren later herhaalt de geschiedenis zich, wanneer haar vader door zijn drankverslaving het syndroom van Korsakov krijgt. 'Ik vertel hem alles, maar niets blijft hangen. Dat vind ik het moeilijkste: hem niet kunnen bereiken.'
Samantha (40): 'Mijn jeugd was rumoerig. Als ik erop terugkijk, ben ik eigenlijk nooit echt kind geweest. Ik was vooral bezig met mijn ouders ondersteunen. Naast school had ik altijd bijbaantjes om thuis een steentje bij te dragen en ik loste vaak de problemen van mijn ouders op. Moest er telefonisch een betalingsregeling worden getroffen? Dan zette ik mijn grotemensenstem op en regelde ik dat. Zolang ik me kan herinneren, speelde alcohol een grote rol in het leven van mijn vader.
Iedere zaterdag haalden mijn ouders samen boodschappen en namen ze een krat bier mee waar mijn vader tot dinsdag mee vooruit kon. Daarna vulde mijn moeder de alcoholvoorraad bij de dagelijkse boodschappen aan. In mijn vroege jeugd dronk mijn vader cognac, daarna halve liters blikbier. Irritant vond ik het, dat mijn moeder alcohol voor hem meenam. Zelf dronk ze niet en ze werd woest als hij dronken was, maar ze haalde het wel in huis. Die logica heb ik nooit begrepen, als kind al niet.
Mijn vader dronk vaak na het avondeten, maar ik weet dat hij in het weekend ook stiekem overdag dronk. De keren dat ik lege bierblikjes in de schuur vond, zijn niet op een hand te tellen. Als hij had gedronken, voelde ik de bui al hangen. Alcohol maakte hem onredelijk en agressief, waardoor mijn ouders dagenlang konden ruziën. Mijn ouders hadden een turbulent huwelijk. Ik heb altijd het idee gehad dat mijn vader naar de fles greep, omdat hij stress had van de ruzies met mijn moeder.'
Iedere dag bonje
'Mijn moeder werkte als schoonmaakster, mijn vader maakte lange dagen in de metaalbouw. Als hij thuiskwam van zijn werk, was het direct bonje. Zodra hij de deurklink aanraakte, begonnen de eerste discussies met mijn moeder en drie jaar oudere broer. Ze had altijd commentaar op mijn vader: er was altijd wel iets wat hij niet goed had gedaan of moest doen. Vaak moest ik het ook ontgelden.
Als mijn vader hoorde dat ik iets in huis kapot had gemaakt of iets niet had opgeruimd, ongeacht of het waar was, vielen er klappen. Daarna zette hij het op een zuipen, waar vervolgens ook weer ruzies door ontstonden. Zo kwamen ze steeds in een vicieuze cirkel terecht. Het was altijd schrikken om mijn vader laveloos aan te treffen, maar tegelijkertijd wist ik niet beter.
Ik weet nog goed dat ik als jong meisje na school voor een dichte deur stond, omdat mijn vader zo dronken was dat hij in slaap was gevallen. Of de keer dat hij strontbezopen op de vloer van mijn slaapkamer sliep, omdat hij zijn eigen slaapkamer niet kon vinden. Dat soort dingen gebeurden nou eenmaal bij ons thuis, daar werd verder ook niet over gesproken.
In die periode ben ik vaak naar buren en familieleden gevlucht. Als ik weer naar huis werd gebracht, beloofden mijn ouders om minder ruzie te maken, en dat hielden ze dan een paar dagen vol. Daarna begon het hele riedeltje weer van voren af aan. Later hoorde ik van mijn tante dat mijn vader zich precies gedroeg als zijn eigen vader, die ook een alcoholprobleem had.
Ondanks zijn verslaving hield ik van mijn vader en wilde ik graag bij hem zijn. Ik was liever bij hem dan bij mijn moeder. Mijn broer was een moederskindje, ik een vaderskindje. Als mijn vader op pad moest voor zijn duiven, vond ik het leuk om met hem mee te gaan. Dan was hij in een beter humeur dan thuis op de bank. Dat hij tijdens die uitjes veel te veel dronk, nam ik voor lief.'
Tien jaar geen druppel
'Mijn eigen leven begon eigenlijk pas toen ik op mijn achttiende mijn partner ontmoette, met wie ik inmiddels twee kinderen van vijftien en zeventien jaar heb. Vrij snel daarna ben ik uit huis gegaan. Weg van de ruzies, weg van het alcoholmisbruik. Toch bleef ik contact houden met mijn ouders en hielp ik ze met hun administratie, ook omdat mijn vader op een gegeven moment nuchtere periodes had en op eigen kracht afkickte.
Hij was overspannen van zijn werk en kreeg antidepressiva voorgeschreven, waarbij hij niet mocht drinken. Dat was voor hem een goed moment om te stoppen. Tien jaar lang dronk hij geen druppel. Op die momenten zag ik dat hij ook een lieve man kon zijn, een opa die mijn oudste zoon regelmatig op zaterdag naar voetbal bracht. Maar in 2019, mijn vader was gestopt met werken, kreeg hij een grote klap te verwerken. Mijn moeder overleed aan COPD en ook mijn vader kreeg te kampen met gezondheidsproblemen. Hij kreeg een hartinfarct en werd gediagnosticeerd met longkanker en COPD.
Toen de cardioloog tegen hem zei dat hij 'beter een biertje kon drinken dan een sigaret opsteken', heeft dat hem getriggerd. Dat was ook het enige wat hem is bijgebleven van dat hele gesprek. Tja, als een arts zegt dat het geen kwaad kan, waarom zou hij het dan in vredesnaam laten? Vanaf dat moment is mijn vader langzaamaan weer begonnen met drinken. In het begin hield hij het bij vier halve liters per dag, maar toen zijn zus in 2024 plotseling overleed, werden dat er al snel twaalf.
Lees ook: Elisannes depressie verdween toen ze stopte met alcohol: 'Ik dronk om mezelf te verdoven'
Mijn vader en ik hadden geen contact meer met mijn broer, mijn man en ik zorgden voor hem. Hij vond het moeilijk om zijn dagelijkse ritme op te pakken zonder mijn moeder en ik had hem immers altijd al geholpen. Dat hij was teruggevallen in zijn alcoholverslaving, had ik op dat moment nog niet door. Ik ging wekelijks langs om hem te helpen met zijn medicijnen, administratie en huishouden, en het leek goed met hem te gaan.
Hij dronk niet waar ik bij was, zag er verzorgd uit en zijn huis was netjes aan kant. Dat hij bijna niet meer at, had ik ook niet door. Door zijn wijde broeken zag ik niet hoeveel hij was afgevallen en het bier zorgde natuurlijk ook voor vlees op zijn botten. Als ik erop terugkijk, waren er wel signalen. Hij belde me bijvoorbeeld iedere dag om te vragen of ik langskwam. Nu denk ik: je wilde gewoon weten of je al kon beginnen met drinken.
In zijn koelkast stond wel eten, maar voedzaam was het niet. Voorheen at hij vaak samen bij zijn zus en zwager, nu maakte hij alleen nog af en toe een boterham met blikvis of knakworsten. Waarschijnlijk had hij geen zin om te koken, omdat hij alleen was. Uiteindelijk heeft mijn vader zo een vitamine B1-tekort opgelopen wat uiteindelijk voor korsakov heeft gezorgd. Nog dagelijks denkik: had iemand me maar verteld dat hij dat nodig had, dan had ik gezonde boodschappen in huis gehaald of hem extra vitamines kunnen geven.'
Telefoontje van de buurvrouw
'Ik ontdekte uiteindelijk dat hij weer verslaafd was toen ik op een dag onaangekondigd langsging en tassen met lege blikken bier ontdekte. Hij was bij zijn zus, dus ik heb hem woedend opgebeld en hem direct geconfronteerd. Mijn vader ontkende het niet, hij gaf gelijk toe. Hij miste mijn moeder en had niet gezegd dat hij was teruggevallen omdat hij zichzelf schaamde.
Na het overlijden van zijn zus ging het goed mis. Vorig jaar september kreeg ik om half acht ‘s avonds een telefoontje van zijn buurvrouw. Ze had mijn vader al vier dagen niet meer naar buiten zien gaan en vroeg zich af of er iets mis was. Ik vertrouwde het niet en sprong samen met mijn man direct in de auto. Terwijl hij reed, belde ik in paniek de politie. Wat doe je in vredesnaam als je iemand overleden aantreft in zijn huis?
Ik kon alleen maar denken: straks tref ik hem dood aan en ben ik vóór mijn veertigste wees. De politie adviseerde me om naar binnen te gaan en te bellen als hij niet meer leefde. Mijn man zei tegen me: 'Als we een gekke geur ruiken die we nog nooit hebben geroken, trekken we de deur direct dicht.' Eenmaal aangekomen, liep ik naar binnen. Ik riep hem, maar er kwam geen reactie.
Eenmaal in de woonkamer zag ik zijn witte sok boven de leuning van de zwarte leren bank uitsteken. Hij lag op zijn rug, over zijn ogen die wagenwijd open stonden, lag een lichte waas. Meteen legde ik twee vingers in zijn nek en toen ik een lichte hartslag voelde, schudde ik hem door elkaar. Mijn vader kwam weer bij kennis, maar hij raakte direct in een delirium. Hij was verward, compleet uitgedroogd en mompelde een onsamenhangend verhaal over zijn zus en zeven klokken.
In paniek heb ik de huisartsenpost gebeld waar acht wachtenden me voor waren. Vraag me niet waarom ik niet 112 heb gebeld, ik kon gewoon niet meer logisch nadenken. De arts zei nadien tegen me: 'Als je anderhalf uur later binnen was gekomen, had je vader het niet overleefd.' We denken dat hij vier dagen op de bank heeft gelegen. Hij was altijd heel strikt met zijn medicijnen innemen en we konden aan zijn medicijndoosje zien dat hij van dinsdag tot zaterdag zijn pillen niet had ingenomen.’
Opname
'Hierna brak een pittige periode aan waarbij mijn vader zeven weken in het ziekenhuis heeft gelegen. Hij had een flinke hersenbeschadiging, wat later het syndroom van Korsakov bleek te zijn. Zelf had ik daar alleen vaag over gehoord. Ik wist dat het iets met een alcoholverslaving te maken had, maar leerde op dat moment pas dat het een hersenbeschadiging is door een vitamine B1-tekort.
Ik heb een drukke baan als kraamverzorgende, maar mijn werkgever gaf me gelukkig alle ruimte om voor mijn vader te zorgen. In die eerste weken ben ik van elf uur 's ochtends tot acht uur 's avonds bij hem gebleven. Het was net of mijn vader een baby was, hij kon helemaal niks meer. Hij moest opnieuw leren lopen en poepte en plaste zichzelf iedere keer onder. Hij had ook geen benul van waar hij was.
Het is onbeschrijfelijk moeilijk om je vader zo te zien, ik realiseerde me dat ik de vader die ik kende voorgoed kwijt was. Dat is echt een rouwproces geweest. Hij leefde nog, maar het voelde alsof ik beide ouders was verloren. Op een gegeven moment werd mijn vader overgeplaatst naar de psychiatrische afdeling - omdat hij op de gewone afdeling steeds andermans kamers inliep op zoek naar zijn sigaretten.
Uiteindelijk heb ik een plek voor hem geregeld in een speciale korsakovkliniek in Venray waar hij nu permanent woont. Hij kan niet genezen, maar als hij niet drinkt kan hij nog jaren leven met het syndroom. Daar bieden ze hem structuur, wat erg belangrijk is voor mensen met een hersenaandoening. Tussen acht en negen uur staan ze op, daarna gaan ze ontbijten en in de middag is er ruimte voor creativiteit. Hij heeft daar een hoop dingen opnieuw geleerd: hij kan inmiddels weer zelfstandig douchen en doet weer aan diamond painting.
Toch is hij niet meer de man die hij was. Die gaat hij ook niet meer worden, de beschadiging aan zijn hersenen is te groot. Vroeger was hij altijd bezig met zijn werk en duiven, nu kan hij uren op een stoel zitten en voor zich uitkijken. Hij leeft in zijn hoofd, in zijn eigen wereld en in zijn beleving is het 1980. Alles wat hij zegt of vraagt, gaat over mensen uit die tijd.
Zo praat hij geregeld over de eerste man van zijn zus, maar haar nieuwe man zegt hem niks – terwijl hij nota bene getuige was op hun bruiloft. Tegelijkertijd snapt hij wel dat ik voor hem zorg, en weet hij wie mijn man en zijn kleinkinderen zijn. Communiceren gaat niet meer. Ik vertel mijn vader alles, maar niets blijft hangen. Dat vind ik het moeilijkste, hem niet kunnen bereiken.
Heel soms heeft hij een helder moment. Hij vroeg bijvoorbeeld laatst waar zijn auto was en of die al naar de APK was gebracht, maar dat soort momenten zijn zeldzaam. In Venray omschrijven ze zijn geheugen als een grote archiefkast, waar af en toe een la met juiste informatie opengaat. Hij vraagt veel naar mijn moeder, het dringt niet altijd tot hem door dat ze is overleden. 'Je moeder is niet dood, ze is alleen op papier overleden,' zegt hij dan. Geen logica, maar dat is hoe zijn hoofd werkt. Soms heeft hij ook last van confabulaties, dan denkt hij dat de verpleging hem wil vergiftigen of dat er geld is gestolen. Ik ben dan de enige die hem echt gerust kan stellen.'
Schaamte en trauma
'Iedere zaterdag haal ik mijn vader om stipt twee uur op uit de kliniek. Dan is hij in de middag bij ons, eet hij mee en breng ik hem om zeven uur weer terug, zodat hij om half acht aan het avondprogramma kan meedoen. De meeste mensen in die kliniek hebben geen familieleden die ze wekelijks ophalen. Alcohol heeft een hoop familiebanden kapotgemaakt. Naast zijn twee zussen en zwagers, zoekt niemand hem op.
Ik vind het fijn dat ik er voor mijn vader kan zijn, maar tegelijkertijd valt het me zwaar. Een weekendje weg zit er eigenlijk niet meer in, dan steekt meteen mijn schuldgevoel de kop op. Ik weet ook dat hij niet in de kliniek wil wonen. 'Wat een ballentent,' zegt hij dan. 'Kan ik niet gewoon bij jou blijven?' Het maakt me verdrietig dat ik keer op keer moet uitleggen dat ik die verantwoordelijkheid niet wil en kan dragen.
Lees ook: Zo weet je of je verslaafd bent aan liefde
In het openbaar zijn met mijn vader vind ik ook moeilijk. Mijn man vindt het leuk om samen met hem naar de Action te lopen of hem een beetje te laten rondsnuffelen in de Gamma, maar ik ben als de dood dat ik mensen tegenkom als ik met mijn vader ben. Ik doe het wel en loop weleens met ze mee, maar ik ben bang dat mensen tegen elkaar zeggen: 'Wat een rare man, met haar moet er ook wel iets mis zijn.' Mijn vader heeft geen rem of filter meer.
Toen we laatst over straat liepen, riep hij out of the blue over een voorbijganger: 'Zo, wat een dikzak'. Verschrikkelijk vind ik dat, aan de buitenkant zie je namelijk niet dat hij een hersenbeschadiging heeft. Wat dat betreft kan ik leren van mijn man, maar ook van mijn twee kinderen. Zij schamen zich niet voor opa. Ze weten van mijn jeugd en van mijn vaders alcoholverslaving.
Mijn zoon vindt het moeilijk dat zijn opa niet meer de man is bij wie hij vroeger ging logeren en die hem naar voetbal bracht, maar hij gaat hem niet uit de weg. Hij neemt gewoon zijn vrienden mee naar huis, ook als opa zaterdag bij ons thuis is. Weten dat hij in de kliniek goed zit en verzorgd wordt, haalt veel druk bij me weg.
Binnenkort ga ik voor het eerst sinds zijn opname op vakantie. Ik vind het moeilijk om hem alleen te laten, maar ik weet dat hij daar goed zit en dat zijn zus hem op de zaterdagen komt ophalen. Zelf heb ik een enorme knauw overgehouden aan mijn verleden, in 2017 kreeg ik de diagnose PTSS. Gelukkig heb ik een hoop kunnen verwerken door EMDR en therapie.
Ik vind het belangrijk om mijn kinderen in vrijheid te laten opgroeien. Mijn oudste zoon ging onlangs bijvoorbeeld voor het eerst alleen met vrienden op vakantie naar Lloret de Mar. Ik voel een afkeer van alcohol en drink zelf geen druppel, maar ik zal hem dan zeker niet verbieden om te drinken. We kunnen er ook samen over grappen. Dan zegt mijn zoon: ‘'Mam, ik drink heus niet zoveel dat ik straks naast opa moet zitten hoor.' Daar kunnen we thuis hard om lachen. Dat houdt de luchtigheid erin.
Ik weet dat mijn vader nooit meer wordt wie hij was, en dat doet pijn. Maar ik probeer te kijken naar wat er wél is. Hij is er nog, we hebben contact, en hij weet dat ik er voor hem ben. Dat is misschien niet genoeg om alles goed te maken, maar wel genoeg om verder te kunnen. Door mijn verhaal te delen, hoop ik een beetje van die schaamte los te laten. Het verleden kan ik niet veranderen, maar ik kan wél bepalen hoe ik ermee omga, voor mijn kinderen, maar ook voor mezelf.'
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))