Door: Lisa Loeb
De overheid zegt al maanden dat we een noodpakket moeten hebben. Water, eten, zaklamp, radio. Drie dagen zelfredzaam zijn. Klinkt als een gemiddeld weekend Lowlands, maar dan zonder de muziek.
Eerlijk? Ik heb dat pakket dus nog steeds niet. Wel in huis: drie soorten sojamelk, zes halflege lipglosses en een berg kaarsen waar de gemiddelde uitvaartondernemer jaloers op zou zijn. Als de Russen komen of de dijken doorbreken, ziet het er bij mij vooral heel gezellig uit. Ik dacht altijd dat de Apocalyps gepaard zou gaan met zombie-aanvallen en Pedro Pascal die je komt redden, maar de realiteit is waarschijnlijk dat ik in het kaarslicht zit te wachten tot de wifi het weer doet.
En daar komt nog bij dat ik geen prepper, maar meer een ‘snack-prepper’ ben. Mijn noodvoorraad bestaat uit een aangebroken zak Doritos, twee blauwe lolly’s uit de zandbak van mijn zoon en een reep Tony's die ik al drie keer geprobeerd heb niet te eten. Als ik blikken bonen insla voor mijn noodvoorraad, eet ik ze ongetwijfeld op een avond op dat ik te lui ben om naar de supermarkt te gaan. Mijn crisisplanning gaat niet verder dan: wat als ik over een uur honger krijg?
Lees ook: Je laat je kind ook geen casino binnenwandelen, dus waarom dit wel?
Ondertussen zit ik met een praktisch probleem: waar moet ik die hele voorraad überhaupt laten? Ik woon in een Amsterdams appartement, geen boerderij in Twente. Ik heb één keukenkastje, een berging die ook dienst doet als washok en kerstopslag en een fruitschaal waar ik alles ingooi wat geen plek heeft. En daar moet ik dus drie dagen aan waterflessen, stormradio’s en andere doomsday-accessoires kwijt zien te raken.
Dan is er nog mijn innerlijke complotdenker: als de overheid zó hard hamert op noodpakketten, dan is het waarschijnlijk al te laat. Dan zijn de rampen al onderweg, en heeft drie liter water per persoon per dag ook geen zin meer. Dan kun je beter een paar goede flessen wijn inslaan en waardig ten onder gaan. Als je dan toch in het donker zit, liever met Chardonnay dan met een zaklamp.
Kortom: ik heb dus nog steeds geen noodpakket. Maar ik heb wél een paar flessen wijn, een shitload aan kaarsen en een gezellig huis. Mocht de wereld vergaan: kom vooral bij mij schuilen. Er zijn hier geen blikken bonen, maar wel sfeer. En dat is ook wat waard als de dijken breken.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))