Door: Lisa Loeb
Ik was twaalf toen een vriend van mijn vader met een lauw biertje in zijn hand zei dat ik 'al een hele dame aan het worden' was. Vast onschuldig bedoeld, maar ik voelde direct de drang om mijn trui zo ver mogelijk over mijn knieën te trekken.
Vier jaar later zat ik op een terras in Italië. Ik was zestien, op vakantie met mijn ouders. Een politieagent kwam naar me toe en begon me ongegeneerd te taxeren terwijl hij quasinonchalant tegen ons tafeltje leunde. Hij was veertig plus, droeg een uniform, en hij had een wapen.
Ik leerde al jong dat mijn lichaam blijkbaar publiek bezit is. Iets waar volwassen mannen – of ze nu een biertje of een wapenstok vasthouden – recht op menen te hebben. De ongeschreven regel was helder: mannen zeggen wat ze willen, en als ik daar last van heb, is dat mijn probleem. Had ik maar een dikkere trui aan moeten trekken.
Deze week beoordeelden Jan Roos en Dennis Schouten in hun podcast het lichaam van de zestienjarige dochter van Wilfred Genee. In expliciete, seksualiserende bewoordingen. Ze is zestien. Een kind nog. Ik weiger de letterlijke citaten hier te herhalen – mijn column is geen openbaar toilet – maar de ranzigheid sprak voor zich.
Lees ook: Je naam weggeven bij het huwelijk is geen romantiek, het is luiheid
Online kwam er reactie. Gelukkig waren er veel mensen die het veroordeelden; zo praat je niet over een kind. Maar ook veel: 'Haha, karma voor Wilfred. Nu vind je het niet leuk hè, met je eigen Vandaag Inside-cultuur.' En ik dacht alleen maar: wat maakt het uit wie haar vader is? Dit is vreselijk, punt. Maar in plaats van het daarover te hebben, werd zij munitie in een gevecht tussen mannen.
Niemand vraagt hoe het is om zestien te zijn en te weten dat volwassen mannen jouw lichaam bespreken. Wat dat doet met hoe je naar jezelf kijkt. Hoe snel je leert dat jouw lichaam altijd iets oproept bij anderen, en dat zelfs de verontwaardiging daarover niet echt over jou gaat.
Het is twintig jaar geleden dat ik zestien was. Ik dacht dat het inmiddels anders zou zijn. Maar we leren meisjes nog steeds hetzelfde: kleed je niet te bloot, lach niet te hard, wees niet te uitdagend. Wees voorzichtig. Wees slim. Wees weerbaar. Altijd weerbaar. Alsof weerbaarheid een karaktereigenschap is en niet een overlevingsstrategie die je noodgedwongen ontwikkelt omdat volwassen mannen je vanaf je twaalfde behandelen als publiek bezit.
En ondertussen mogen volwassen mannen ongestoord hun gedachten ventileren over minderjarige lichamen. Niet eens stiekem. Gewoon met microfoons erbij. De oplossing is niet meisjes stiller maken. Het is mannen stoppen voordat ze beginnen met praten. Maar dat leren we ze niet. We leren meisjes een dikkere trui aan te trekken.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))