Door: Anna Karolina Caban
Vijf dagen lang zit ik aan het ziekenhuisbed bij Dex. Het gaat goed. Zijn herstel gaat voorspoedig en morgenochtend mag hij weer naar huis, of in ons geval, mee naar een safe house.
Nooit geweten dat er zoveel van dat soort plekken bestaan in de wereld. De plek waar ik nu verblijf is gesitueerd in een natuurgebied, en je zou bijna denken dat je op vakantie bent als je in de ochtend wakker wordt en de zon door de gordijnen ziet schijnen.
Ik draag de satelliettelefoon van Dex al dagen dicht op mijn huid in de hoop dat Sebastiaan van zich laat horen. Tot op de dag van vandaag is het echter doodstil.
'Red je het wel alleen?' Dex kijkt me vol medelijden aan.
'Denk jij eens even aan jezelf, wil je. Jij ligt hier beschoten en wel. Met mij is het prima. Ik wil alleen zo snel mogelijk Sebastiaan vinden en wegwezen uit dit land. Samen met jou. Dus zorg dat je snel weer de oude bent en we door kunnen.'
Hij lacht zijn tanden bloot, en ik vraag me af wat deze prachtige mannen toch bezielt om hun leven zo op de weegschaal te zetten voor dingen die buiten henzelf staan.
'Ik kom je morgenochtend ophalen. Om negen uur.'
'Ja zuster,' zegt hij grappend, en met een glimlach verlaat ik het ziekenhuis.
Ik zet mijn grote zonnebril op en ga snel in de auto zitten. Zo min mogelijk ervoor zorgen dat ik buiten wordt gezien. Het huis is bevoorraad voor een aantal maanden, maar het eten dat je daar vindt is alleen maar ingeblikt of bestaat uit rijst en pasta's. Vandaag snak ik naar vers fruit en groente, en doe een ommetje richting een markt die ik iedere dag onderweg naar het ziekenhuis heb gespot. Ook al haat ik het idee dat ik niet weet waar Sebastiaan zich bevindt en hoe het met hem gaat, iets vertelt me dat het beter is dat hij meegenomen is door een enkele vrouw dan door een stel criminele gasten. Er is een kleine kans dat het misschien beter met hem gaat dan ik vermoed.
Ik kijk omhoog en sluit mijn ogen. Het gezicht van Alejandro duikt weer op in mijn hoofd en ik kan zijn energie nog steeds voelen. Zolang hij ademt is dit verhaal nog niet afgelopen.
Tevreden met mijn aankopen rij ik na iets meer dan een half uur de onverharde weg op richting het huisje. De gordijnen wapperen in de bries.
Wacht even, de gordijnen wapperen in de bries? Ik heb alle ramen afgesloten voordat ik ging. Dat check ik altijd voordat ik het huis verlaat.
Even twijfel ik of ik heel snel achteruit moet rijden, maar iets trekt me richting de deur. Als door een krachtige magneet wordt ik ernaartoe getrokken. Maar in plaats van rechtstreeks naar de voordeur te lopen, besluit ik - uit voorzorg - om het huis heen te lopen.
De dorre grond met duizenden takjes knettert onder mijn schoenen. Ik zet kleine voorzichtige stapjes. De zon schijnt fel in mijn ogen. Ik sluip naar het raam aan de zijkant van het huis. Ook deze staat op een kier. Wie is er zo dom en vooral onverschillig of hij of zij in leven blijft, door hier te vertoeven met de ramen open? Dat is het gevaar met open armen uitnodigen. Dit moet iemand zijn die angstloos door het leven gaat. Of iemand die niets te verliezen heeft. Of, iemand die zich er niet van bewust is dat dit een fucking safe house is en besloten heeft het te kraken voor een partijtje seks midden op de dag.
Mijn mond valt open. Ik zie een vrouw liggen op de bank, halfnaakt met haar zwarte jurk omhooggetrokken. Haar benen rusten op de schouders van een man die haar hard aan het nemen is. De zon schittert tegen de ruit en ik kan ze niet goed zien. Totaal misplaatst voel ik opwinding in mijn lijf. Het lijkt wel live porno waar ik naar kijk.
Zijn billen spannen zich samen, hij is aan het komen. Haar lijf kronkelt en ontvangt zijn alles. Hij kust haar kuiten en veegt het zweet van zijn voorhoofd. En dan, alsof hij mijn ogen in zijn rug voelt branden draait hij zich een kwartslag om.
Mijn hart begeeft het en ik sla mijn hand voor de mond om het niet uit te gillen.
Sebastiaan?
Wordt vervolgd.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))