Door: Anna Karolina Caban
Snikkend sta ik in het toilet. Ik kan me niet bewegen, niets doet het meer.
Hoe kan hij de liefde die tussen ons is niet voelen? Je zou denken dat het geheugen, net als je spieren, een soort opgeslagen database aan herinnering met zich meedraagt. Maar de manier waarop hij me zonet praktisch de ruimte insmeet, is duidelijk een teken dat hij echt niet meer weet wie ik ben.
Ik ga zitten en staar voor me uit. Als ik het goed begrepen heb komt Dex deze kant op. De goede man komt net uit het ziekenhuis. Die gaat een aanval van woeste Sebastiaan nooit winnen. Ik moet iets verzinnen. Ik moet... Ik moet tijd rekken. Kalmte overvalt me op het moment dat mijn plas begint te lopen. Ik moet me focussen op het einddoel. Het goede nieuws is dat we Sebastiaan gevonden hebben en dat hij gezond is. Zoals alles in het leven is dit ook een spel schaken en gaat het erom wat je volgende zet wordt.
'Hey, ben je klaar daar?'
Zijn gebonk op de deur doet me opveren.
'Nog even,' antwoord ik geïrriteerd en hoor aan zijn laatste klap dat ik op mijn intonatie moet passen.
Na een paar tellen kom ik eruit.
'Ik ben er klaar voor om je de waarheid te vertellen, maar ik weet niet of je er klaar voor bent,' zeg ik nu rustig. Ik probeer mijn stem zwaarder te laten klinken, wat er hopelijk voor gaat zorgen dat ik geloofwaardig en autoritair overkom.
Hij kantelt zijn hoofd en knijpt zijn ogen ietwat toe.
'Ik vertrouw jou voor geen cent,' zegt hij, pakt mijn armen vast en begeleidt me terug richting de stoel.
'Luister, je ziet toch ook wel dat ik tegen jou niet op kan. Ik zit hier vast. Jij kan of mij weer de mond snoeren, of luisteren naar wat ik je te vertellen heb.'
Ik bluf en kijk hem met mijn meest stoere gezichtsuitdrukking aan. Van binnen brokkel ik stukje voor stukje af. Het is alsof ik krimp in mijn eigen huid. Liefde is mooi als het kan bloeien, maar een ware marteling als het je tegenwerkt.
Hij maakt mijn handen weer vast, maar ik voel dat het touw iets losser zit dan voorheen.
'Brand maar los, het zal me benieuwen,' zegt hij gekscherend, loopt naar de keuken en begint koffie te zetten.
Deze kant van hem ken ik niet - deze nonchalante, lompe kant die totaal niet bij hem lijkt te passen. Eng hoe het duidelijk wordt dat je hersenen zo'n mindfuck kunnen veroorzaken, dat je een totale transformatie doormaakt. Zelfs zijn houding en manier van lopen lijken anders.
Ik sluit mijn ogen, tel tot tien en begin mijn verhaal.
'Je bent een undercoveragent uit Nederland. De vrouw die in de kamer hiernaast ligt is niet je vrouw. Ik weet eerlijk gezegd niet wie ze is, maar ik weet dat ze in ieder geval tegen je liegt als ze je doet geloven dat er iets tussen jullie speelt. De man die net belde is een oud collega van je, ook agent. Doe hem alsjeblieft niks. Hij en ik zijn naar je op zoek geweest, en we hebben je gevonden. Maar je hebt geheugenverlies. We hebben het ongeluk zien gebeuren op de satellietbeelden. De vrouw die hier gewond ligt, heeft je niet alleen maar meegenomen na het ongeluk, maar is medeplichtig eraan. Geloof me, alsjeblieft. Geloof me Sebastiaan. O ja, je echte naam is Sebastiaan, Damir is je undercovernaam.'
Hij steekt een sigaret op, wat ik hem ook nooit eerder heb zien doen, en blaast langzaam de rook uit.
'En wie ben jij dan wel niet? Dat jij uit Nederland naar Mexico afreist om mij samen met een politieagent te zoeken, als jouw zeer ongeloofwaardige verhaal waar is,' vraagt hij spottend.
De tranen vloeien nu als twee meanderende beekjes over mijn wangen.
'Ik ben Anna. Ik ben... Ik hou... Ik hou van jou,' stotter ik.
Wordt vervolgd.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))