Door: Anna Karolina Caban
'Buk, Anna, buk,' de stem van Sebatiaan klinkt boos en dwingend.
Verward kijk ik hem aan. Hij weet wel wie ik ben? Hij weet wie ik ben en hij neukt een ander? Hij weet wie ik ben en kan zo'n schoft tegen me zijn?! Hij heeft me verdomme vastgebonden. Hij heeft me doen geloven dat ik een vreemde voor hem ben. Hij heeft mijn hart gebroken. Hij heeft me laten zien dat er zoiets als niets tussen ons bestaat.
Als hij dit kan doen, wat stelt zijn liefde dan nog voor? Wat als alles tussen ons puur mijn eigen projectie is geweest? Hoe kan ik nog geloven in ons? Binnen één seconde is alles wat voor mij de waarheid was gekatapulteerd tot de reinste onzin.
'Anna, kom hier,' de schorre diepe klanken van Alejandro galmen van buiten en ik kijk hem recht in zijn strakke blik aan. Zijn lange haren, zijn brede borst, zijn grootsheid; alles in mijn vizier doet me naar achteren tuimelen.
Luisteren naar mijn gevoel is op dit moment onmogelijk, want het vertelt me tegenovergestelde dingen. Ik krijg een kortsluiting en wil het liefst oplossen in de lucht en boven dit hele tafereel uitstijgen.
Ongeloof en boosheid vullen mijn hart als ik denk aan Sebastiaan en de vrouw in de kamer. Het idee dat het gebeurde omdat hij geheugenverlies had, was nog daar aan toe, maar wetende nu, dat het gebeurde bij volle bewustzijn, nee, dat accepteer ik niet. Ik kan het niet. Ik kan niet geloven dat hij me dit aan zou doen.
Tegelijkertijd vervullen angst en onzekerheid mij als ik denk aan Alejandro en aan een mogelijke hereniging. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat hij me totaal niks meer doet. De laatste keer onder de douche staat nog steeds op mijn huid gegrift.
Ook zou ik liegen als ik zou zeggen dat ik gedurende mijn hele verblijf hier in Mexico niet iedere dag aan hem moet denken. Niet uit angst dat hij me iets aan zal doen, maar uit verlangen naar zijn kracht, die ik meer mis dan ik zou willen toegeven.
Sebastiaan doet een paar stappen naar voren.
Ik zit gehurkt op de grond met mijn armen over mijn hoofd geklemd. Vreemde geluiden van achter in het huis doen mij mijn hoofd kantelen. Dan gaat langzaam de deur van de kamer waar de gewonde vrouw ligt open.
'Dex!'
Haar zwakke stem voegt zich bij het ensemble. Ik veer omhoog. Ik moet haar zien. Ik moet de vrouw zien die mijn Sebastiaan voor zich heeft gewonnen.
Er klinkt een schot en ik voel de kogel langs mijn oren suizen. Er volgt een harde brul. Een mannelijke hand trekt me naar zich toe. Alles verloopt in een complete chaos. Ik hoor mijn naam, ik laat me meevoeren, mijn hoofd ontploft, mijn benen lijken van dropveters gemaakt. Ik word de auto ingepropt. Ik kijk achterom. Het huis wordt steeds kleiner achter ons. De keuze is gemaakt. Alejandro heeft me weer in zijn bezit. Hij bloedt. O nee, hij bloedt.
Dex is te laat. Hij is nu bij Sebastiaan en dat mens. Hij heeft er geen benul van dat ze wisten dat hij zou komen. Hij is daar niet veilig, maar ik kan niets voor hem doen nu. Ik had het kunnen weten dat hier weer voet aan de grond zetten alleen maar ellende zou veroorzaken. Wij zijn allebei in een val gelopen zonder te weten wie er precies op ons jaagt.
'Ik dacht jou nooit meer te zien,' zegt Alejandro terwijl hij me naar zich toetrekt en mijn hoofd op zijn brede borst legt. Op een hele rare manier voel ik me veilig in deze auto. Veiliger dan ik me de afgelopen dagen voelde bij Dex in Nederland of in de hel met Sebastiaan en zijn nieuwe vriendin.
Er is geen juiste keuze als je niet weet wat je hart je ingeeft. Wanneer er gevoel mee gemoeid is, is alles een grote vage vlek en kan je er alleen maar op hopen dat het universum de juiste weg voor je vindt uit de verwarrende brei die liefde heet.
Misschien was mijn terugkeer hierheen niet eens bedoeld om Sebastiaan terug te vinden. Misschien mis ik hier het groter plaatje en ben ik nu precies waar ik hoor te zijn. Bij hem. Bij de grootste bruut van heel Mexico en de man die zijn hart aan mij heeft verloren.
Wordt vervolgd.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))