Door: Anna Karolina Caban
'Yvette, nee!'
Ik schreeuw, maar het heeft geen zin. Haar ogen staan manisch en zowel Dex als ik weten dat het doek valt voor ons beiden. Dit hebben wij volledig verkeerd ingeschat.
'Wat is er mis met jullie? Jij, Dex. Mij het hof maken, mij adoreren, liefhebben, je grootste angsten en dromen met mij delen en mij dan verlaten? Je hebt van de een op de andere dag besloten dat er geen sprake meer was van ons. Je hebt je teruggetrokken. Niet eens heel duidelijk. De eerste dagen had ik nog niks door. Pas toen je eindelijk de woorden uit durfde spreken dat het over was, was het kwaad allang geschied. Je hebt me niet eens de kans gegeven om te vechten voor ons. Je hebt eigenhandig de relatie van je afgestript als een oude jas die je niet meer van dienst was.'
Dex vouwt zijn handen in elkaar alsof hij tot haar probeert te bidden. 'Yvette, luister naar me, alsjeblieft, laat het wapen zakken. Dit is niet wat jij wilt doen. Yvette, alsjeblieft. Laat het me uitleggen.'
'Hou je mond. Je hebt al genoeg schade aangericht. En jij, jij smerige klootzak die mij bewust voor hebt gelogen en mijn lijf de jouwe hebt gemaakt.'
Nu richt ze het wapen op mij. Mijn gedachten springen alle kanten op.
Ik heb haar nog nooit zo gezien. Wat zeg ik, ik heb niemand in zo'n staat gezien. Het lijkt alsof alle menselijkheid uit haar is verdampt en ze hier voor ons staat in pure staat van haat en alles verterende woede.
Dex beweegt zich langzaam richting de achterkant van de stoel waar ik in vastgebonden zit. Haar ogen volgen zijn iedere beweging en dan volgt het schot.
Dex klapt in elkaar en grijpt naar zijn been. Net voordat hij de grond raakt blijft hij half geknield zitten en maakt heel snel het touw om mijn polsen losser dan het zat. Er volgt een tweede schot.
'Hier heb je het, vuile hond. Het wordt tijd dat ook jij pijn voelt.'
Yvette blijft staren naar het in elkaar geklapte lijf van Dex. Ze lijkt als versteend. Emotieloos.
Snel wring ik mijn handen los, maar ik ben niet op tijd.
'Jij die mij al jaren kent. Die zichzelf een vriend noemde. Die weet waar mijn zwakte zit. Die weet dat ik alles voor je zou doen. Jij besluit bewust een spelletje met mij te spelen. Mijn bewust te verleiden.'
'Jij hebt mij verleidt. Dat weet je best,' ik probeer zo kalm mogelijk te praten, maar hoor mijn stem overslaan.
Ik voel angst, maar iets zegt me dat ik beter mijn mannetje kan staan tegenover haar dan me nu als een mak lammetje over te leveren aan de kogels. Het kermen van Dex klinkt tergend.
'Laat me hem helpen. Je hebt ooit van hem gehouden, Yvette. Weet je nog? Weet je nog hoe het toen was? Snap je nu niet dat dit werk ons allen heeft verpest? Je gelooft toch zelf niet dat Dex jou ooit opzettelijk pijn zou doen? En ik, ja ik geef het toe, ik heb een smerig spelletje gespeeld. Maar dat deed ik alleen omdat ik verdomme hou van een vrouw die door mij gevaar loopt. Jij bent de enige die ons kan helpen haar te vinden. Jij bent de enige die dit alles kan stoppen. Help mij. Help ons allemaal.'
Ze laat het wapen langs haar lijf hangen en haar ogen staan nu intens verdrietig. Haar blik blijft hangen op het lichaam van Dex dat op de grond ligt. Hij is geraakt in zijn been en buik.
'We moeten hem naar het ziekenhuis brengen. Bel het nummer! Laat ze hem komen halen,' schreeuw ik haar toe.
'Het is te laat. Het is voor ons allemaal te laat.'
De manier hoe ze de woorden mechanisch uitspreekt veroorzaakt kippenvel over mijn hele lijf. Dit is niet goed. Het gevoel bekruipt me dat er iets vreselijks staat te gebeuren en dat ik er geen stop meer toe kan zetten.
'Yvette! Nee!'
Ik hoor mijn eigen stem nagalmen in het huis wanneer het derde schot klinkt en het lichaam van Yvette als een levenloze pop in elkaar valt. Haar open ogen blijven op Dex gericht en een enkele traan vindt een weg naar beneden over haar glinsterende wang.
Wordt vervolgd.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))