Door: Anna Karolina Caban
'Jongen, ben jij het?' De stem van Alejandro's moeder klinkt knisperend hees en smekend.
'Waarom ligt ze vastgebonden?' vraag ik met mijn hand nog steeds voor mijn mond geslagen.
'Geloof me, het is beter zo. Het zal niet de eerste keer zijn dat ze een poging doet om te vluchten of dat ze zichzelf pijn doet.'
Ik durf niks verder te vragen. Het aangezicht van de vrouw geeft me de rillingen en ik wil hier zo snel mogelijk weg.
Alejandro loopt om het bed heen en gaat bij haar zitten. Even overweeg ik om te vluchten, maar het idee om totaal wezenloos op de straten van Mexico rond te dwalen in de hoop dat een vreemdeling me helpt, doet me op mijn plek blijven. Aan de arm van Alejandro ben ik veilig, ook al is hij zowel mijn als Sebastiaans grootste vijand. Hij is op dit moment het enige aanwijspunt van waar ik me kan bevinden. Als ik nu als een kip zonder kop ga rennen vindt Sebastiaan mij nooit terug. Wie weet in welke handen ik dan terecht kom.
Alejandro aait over haar gerimpelde hand die bedekt is onder een labyrint aan donkerblauwe aderen. Het tafereel doet me denken aan mijn moeder. Ik mis haar zo. In wat voor angst moet zij wel niet zitten? Hoe lang ben ik al van huis? Het kan niet anders dan dat er politie is ingeschakeld om mij te vinden. Zouden zij weten dat ik nu in Mexico zit samen met Sebastiaan en Dex? Iets zegt me echter dat niemand weet dat wij allen hier zitten en dat wij op elkaar aangewezen zijn.
'Anna, kom hier. Ik wil je voorstellen.'
Mijn hart bonst in mijn borst. Normaliter is het een goed teken wanneer een man waar je mee bent je voor wilt stellen aan zijn ouders, maar in dit geval heb ik het idee dat een enkele blik van de vrouw die hem ter wereld heeft gebracht mij zal doen veranderen in steen. Het kan niet anders dan dat al zijn wreedheden ergens vandaan komen. Hij is half zij, half zijn vader.
Toch loop ik met kleine passen richting hem en laat me zakken. Hij maakt ruimte voor mij tussen hem en zijn moeder in. Zijn adem blaast tegen mijn hals en oor. Het kietelt en bezorgt me kippenvel.
'Wie is dit Ale?', ze kijkt me met argwanende ogen aan.
'Dat is mijn toekomstige vrouw, Anna. Zeg hallo tegen de dochter die je nooit hebt gehad.'
Ik zou zweren dat mijn hart uit mijn borst schiet bij het horen van zijn woorden.
'Eindelijk, mijn zoon, eindelijk heb je naar mij geluisterd. Ik heb het altijd gezegd. Een vrouw, een goede vrouw, zal jouw leven verrijken en je in doen zien dat er meer is dan al dat geld en gezeik waar jij je tijd mee verdoet.'
Haar hand reikt naar de mijne en op het moment dat ze me aanraakt voel ik haar zachte vel en dunne vingers tegen mijn huid. Het heeft iets liefs en tegelijkertijd iets walgelijks. Ik krijg geen woord over mijn lippen. Het mens is zich van geen kwaad bewust, en kijkend naar de slangen die onder haar neus zitten bevestigd heeft ze moeite met ademhalen.
'Je weet dat ik niet lang meer heb, mijn Ale.'
Ze blijft me met haar glazige ogen aanstaren en laat haar blik nu dalen. Het lijkt er bijna op alsof ze wilt checken of ik een zichtbaar buikje heb en haar kleinkind draag.
'Geen zorgen mama. We trouwen dit weekend nog. En de kinderen zullen niet lang op zich laten wachten.'
Ik hou het niet meer uit en wil opstaan als Alejandro me met zijn kracht terugduwt op het bed en me met zijn arm op de plaats houdt.
'Ik ben moe kinderen. Laat me even alleen, wil je.'
De moeder sluit haar ogen en ademt van het ene op het andere moment zwaar in en uit. Het lijkt er bijna op alsof ze direct in slaap is gevallen. Alejandro trekt me mee naar de gang en zet me tegen de muur. Zijn lijf staat slechts een paar millimeter van me vandaan.
Wordt vervolgd.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))