Door: Anna Karolina Caban
Ik kan het niet geloven. Hoe kan ik wederom in deze situatie zijn beland? Het wordt bijna lachwekkend hoe ik blijkbaar steeds de verkeerde beslissingen lijk te nemen en op precies hetzelfde punt uitkom.
Ik kijk in de agressieve blik van Alejandro. Ik zie mezelf in zijn grote zwarte pupillen weerspiegeld; een bang hertje gevangen in een verhaallijn waar ze maar niet uit kan zien te komen.
Of moet ik juist precies hier zijn? Ergens krijg ik het gevoel alsof ik inderdaad op precies dezelfde plek ben beland in de Matrix die mijn leven heet, alleen nu is het de tijd om alles anders aan te pakken. Wat gebeurde de voorgaande keren? Ik zette hem op een fictieve voetstuk, was bang, onder de indruk en vooral seksueel aangetrokken tot het beest. Na alle gebeurtenissen met hem zie ik alles ineens vanaf een vogelperspectief. De man is slechts een afspiegeling van zijn verleden. Zijn werk. het is een rol die hij zichzelf eigen heeft gemaakt en die hem tot een wrede crimineel maakt. Maar onder al die façade zit een mens die net als ik angsten en dromen heeft. En liefde kent.
Wat weet ik? Ik weet dat hij een zieke moeder heeft. Ik weet dat hij een zwak voor mij heeft en ik weet dat hij eigenlijk een einde wil maken aan alle ellende. Maar waarom ben ik dan nog hier en waarom wil hij met mij trouwen?
Ik moet precies het omgekeerde doet van wat ik altijd gedaan heb, en dat was angstloos de man de baas te worden. Het is duidelijk dat hij mij nu nodig heeft en niet andersom.
'Stap opzij!' gebied ik hem. Zijn adem blaast in mijn gezicht. Hij bromt als een woest stier in de arena. Stoom lijkt er bijna van zijn schouders af te komen, zoveel boosheid huist er in hem.
'Hoe durf je? Hoe durf je zo tegen mij te praten?'
'Omdat ik weet dat je mij niks aan gaat doen nu. Je hebt je lieve mama verteld dat wij gaan trouwen, toch? Het laatste wat je wilt doen is haar teleurstellen, lijkt mij.'
Zijn kaken knarsen en het lijkt alsof twee rotsblokken tegen elkaar aan scheuren. 'Wat wil je?'
'Ik wil dat jij nu ervoor zorgt dat Sebastiaan veilig hierheen gebracht wordt en dat wij alle drie dit voor eens en voor altijd achter ons laten. Ergens onder je olifantenhuid zit een man met gevoel voor wat rechtschapen is om te doen.'
'Je verwart me met iemand anders, lieveling. Ik heb toch eens even nagedacht, en ook al wil ik al die ellende de rug toekeren, het idee dat jij en die politiegast samen de zonsondergang tegemoet gaan in Nederland en mij hier achterlaten geeft me een nare nasmaak.'
Uit reflex geef ik hem een klap op zijn borst.
'AU', schreeuw ik uit. Ik was vergeten hoe hard hij voelt. Mijn rechterhand trilt na van de klap.
'Ik heb een beter idee.' Zijn rechtermondhoek krult omhoog en dat is een voorbode voor alleen maar meer ellende.
'En dat is?'
'Ik doe wat jij van mij vraagt, jij speelt het spelletje mee van de bruiloft, aan Sebastiaan wordt er geen vinger uitgestoken en jullie zullen veilig op het vliegtuig richting Nederland worden gezet.'
Hij voert iets in zijn schild. Ik voel het aan de manier waarop hij de woorden uitspreekt. Zijn snode lach geeft zijn intenties weg. Met een stap dichterbij staat hij tegen mij aan en houdt nu zijn volle krachtige lippen bij mijn linkeroor.
'Maar jullie gaan niet alleen, lieveling van me. Ik ga mee. Dat is de voorwaarde waarmee ik meega in jouw sprookje en die klootzak van jou niet onder de grond stop.'
'Jij vliegt mee naar Nederland?'
'Ja. Het lijkt me ineens het beste plan ooit. Ik heb Amsterdam altijd al eens willen bezoeken.'
Wordt vervolgd.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))